Nabijheid, kroon van deze tijd

Vandaag heb ik geen enkele afspraak, niet met iemand anders en niet met mezelf. Dat laatste is niet helemaal waar, want er ligt ergens op de eettafel een to-do-lijstje voor dit weekend.  Ik heb er nog niet op gekeken en weet zo ook wel wat er op staat. En ik weet ook wat er niet op staat en ik in ieder geval wil doen. Mijn dagelijkse wandeling. 

Geen afspraken hebben is voor mij een grote uitzondering en voelt als een leegte die ik niet aan wil gaan. Ik denk dat mijn leven er niet toe doet als ik geen andere mensen ontmoet, als ik niet naar buiten ga en beweeg. Ik word al onrustig bij alleen de gedachten dat ik niets te doen heb. Om die onrust te stillen prop ik mijn agenda meestal vol met allerlei afspraken. Nu realiseer ik me dat het ook een kans is, zo’n lege dag. Gewoon alleen maar zijn. Zien wat er gebeurt, mijn voeten volgen, kijken waar die me naar toe brengen en daarvan genieten. 

Na laat op staan en rustig ontbijten voel ik letterlijk de drang in mijn voeten om naar buiten te gaan steeds groter worden. Het kriebelt daar. Waar zal ik vandaag naar toe wandelen? Het maakt niet uit, mijn voeten dragen me ergens naar toe. Ik hoef het niet te bedenken het gebeurt gewoon. Ineens loop ik door een nieuwbouwwijk in Nijmegen Noord. Ieder huis is anders, ze verschillen van elkaar en ze verschillen van wat ‘gewoon’ is. Daken die tot op de grond doorlopen, muren van schrootjes, strak wit of kleurrijk, een ratje toe die toch een eenheid geeft. Aan de rand is een brede sloot. Bijna loop ik een nest met broedende zwanen omver. Gelukkig staat er een waarschuwingsbordje. De levendigheid van de kinderen die in de straat spelen doet de stilte van de corona tijd te niet. Iets verder op loop ik via de dijk naar de Waalbrug. Halverwege stop ik en kijk naar de stad. De Stevenstoren die boven de huizen uitsteekt, de mix van oude en nieuwe huizen tegen de heuvel aan, straatjes die er tussendoor kronkelen, mensen die over de kade lopen, op afstand en met elkaar. Onder mij door stroomt de Waal met zoveel schepen, zwaarbeladen of leeg, met of tegen de stroom in. Kribben waarop mensen picknicken, de spoorbrug een eindje verderop, een langs rijdende trein. Nijmegen, mijn thuis. In een onverwachte verfrissende regenbui loop ik verder, mijn voeten maken een sprongetje, ze brengen mij naar huis.

Thuis zie ik een gemiste oproep van een neef. Ik bel hem terug. Hij staat al bijna een uur met tuinafval in de rij voor de milieustraat. Net zoals veel andere mensen heeft hij in de tuin gewerkt en zijn schuur opgeruimd. Gezellig om even bij te praten. Ik zie hem alleen bij begrafenissen van ooms en tantes. Hij stelt mij de voor deze tijd herkenbare vragen: Hoe gaat het met jou? Ben je gezond? Heb je nog werk?

Als ik opgehangen heb hang ik thuis wat rond. Ruim mijn keuken op, draal door de kamer. En dan komen toch nog die gedachten op: ik verveel me, ik heb niets te doen, ik voeg niets toe aan deze wereld. 

Mijn telefoon licht weer op: een appje en nog een telefoontje. Ik word op mijn wenken bedient, ik hoef niets te doen, het gebeurt gewoon. Er zijn mensen die aan mij denken. Mensen uit alle hoeken van de wereld. Divine uit Ghana belt me en Lisong uit Gambia stuurt me een berichtje. Met dezelfde vragen als mijn neef. En dat inspireert mij weer om andere vrienden, ver weg en lang niet gesproken, een berichtje te sturen. Ik realiseer me dat dat eigenlijk al sinds het begin van de Corona tijd aan de gang is. In de afgelopen vier weken is mijn sociale netwerk heel dichtbij. Ik voel de verbinding vanuit mijn hart. Ik weet niet wie het woord bedacht heeft, social distancing. Ik weet wel dat het voor mij niet klopt. Ik ben dankbaar voor de sociale nabijheid. 

Na alle telefoontjes en berichtjes bedenk ik me dat ik het voor elkaar heb gekregen om die lege agenda weer vol te krijgen. Dat de contacten met de buitenwereld mijn geluk bepalen. Hoe zit het dan met mijn binnenwereld? Zou die leegte me ook nabijheid met mezelf kunnen opleveren? Zou het me lukken om vaker te mediteren, naar binnen te keren en te voelen wat deze tijd met mij doet, de inzichten daaruit te gebruiken in mijn buitenwereld? Om zo meer te kijken vanuit liefde en vreugde in plaats vanuit angst of tekort.

Dit virus heeft een prachtige naam. Corona betekent krans van licht, kroon. Het licht ergens om heen. Zoals bij een zonsverduistering, dat bijzondere effect van een licht cirkel om iets donkers heen. Voor mij is dat licht de verbinding en eenheid die er nu is. De mooie kant van deze tijd. Die gedachten en gewaarwording helpen me steeds weer om om te gaan met alle beelden van verdriet, eenzaamheid en zorgen die ook binnen komen bij mij. 

En mijn antwoord op die vragen van mijn vrienden en familie? Het gaat goed met mij, ik doe dingen die ik nog nooit eerder heb gedaan, ik leer omgaan met dat het anders gaat dan ik verwacht of wil, ik geniet van de lente en de lessen over mijzelf. Ik ben gezond, fysiek en mentaal. En nee ik heb nu geen betaald werk, wel veel om handen. In nabijheid met anderen en steeds meer in nabijheid met mijzelf. Dat is voor mij de krans van licht om mijn leven, de kroon van deze tijd.

Kilimanjaro, Witte Berg

Juli 2007, Kibohut
Na vijf dagen lopen komen we aan bij de Kibohut. Eén halte voor de top van de Kilimanjaro, Swahili voor Witte Berg. Ik zie het pad dat ons daarnaartoe brengt door het berggruis omhoog kronkelen. Mijn hart gaat sneller kloppen, we zijn er bijna! Met weinig woorden en in heldere taal legt de gids uit hoe we ons moeten voorbereiden. Hij is zeker van zijn zaak, in zijn doorleefde gezicht stralen zijn ogen. De top is zijn thuis. Vannacht om 12 uur vertrekken zodat we met zonsopgang boven zijn.

Zodra we de tent hebben opgezet leg ik de spullen klaar die we vannacht nodig hebben: een dagrugzakje met iets te eten, een zonnebril, extra kleding en water. Ik doe alvast de onderkleding voor de tocht aan, bij het opstaan hoef ik alleen maar de warme kleding er overheen aan te doen. Mijn koplampje ligt naast mijn kussen. Zo kan ik rustig gaan slapen, goed voorbereid voor het langste en zwaarste deel van deze expeditie. 

Om middernacht, wekt de gids ons. Ik ben al klaarwakker, blij dat het sein komt om aan het avontuur te beginnen. De Kibohut staat op 4.730 meter. De top is op 5.895 meter, ruim 200 meter hoger dan de Mont Blanc, met heel weinig zuurstof in de lucht. De tocht begint op het gruispad dat ik gistermiddag al zag. We gaan voetje voor voetje vooruit, het gruis knispert onder mijn voeten, het pad is zo smal dat mijn voeten er nauwelijks naast elkaar op passen. Mijn lampje schijnt op de rug van de gids. Zijn tempo en hartslag zijn op elkaar afgestemd, hij weet precies hoe lang hij er over doet. Dat heeft hij al laten zien toen we een week eerder de Mount Meru op gegaan zijn. Het bevalt me om in het donker te lopen, ik zie daardoor niet dat we nauwelijks opschieten. We hebben inmiddels geleerd dat we zo langzaam moeten lopen dat we niet hoeven te hijgen, kleine stappen, gestaag doorgaan. Ik heb geen idee waar we zijn en durf niet om me heen te kijken. De rug van de gids is mijn focuspunt.  Er lijkt geen eind aan te komen, doorzetten, steeds maar doorgaan in het ritme van de stappen van de gids. In een scherpe bocht naar rechts onder wat scherpe rotspunten geeft de gids het sein om te pauzeren. Als ik stil ga staan richt ik me op, bijna stoot ik mijn hoofd aan de rots. Het gaat net goed. Mijn koplamp schijnt op ander mensen die daar ook rusten of juist doorlopen. Na 10 minuten stilstaan en wat eten en drinken gaan we weer verder. De rust is net lang genoeg om bij te komen en het niet koud te krijgen. Onze gestage klim gaat verder. Het is nu anders. Er is meer ruimte, meer lucht boven ons, het pad zigzagt minder dan voor de pauze. Als het licht zou zijn, zou ik waarschijnlijk de kraterrand kunnen zien. We blijven in het ritme, stap, stap, stap, ik tel ze af en toe om me zelf af te leiden. En dan is daar de kraterrand, Gilman’s point, eindelijk. Na een korte pauze beginnen we aan de laatste etappe omhoog over een pad met sneeuw. De zonnebril moet op om mijn ogen te beschermen tegen het licht van de sneeuw dat schijnt in het donker, fonkelende kristallen die ons leiden naar het hoogste punt van de Witte Berg. Nog 200 meter stijgen over een breder pad langs de krater. 

Om 05:20 op 6 juli 2007, staan we op het hoogste punt, de Uhuru peak. Ineens sta ik voor het bord waar dat magische getal op staat: 5.895 meter, de hoogste top van Afrika, ‘world’s highest free standing mountain’. Het is nog steeds donker. Het duizelt in mijn hoofd en aan hijgen ontkom ik niet meer. Het bord aantikken, een foto maken en meteen weer terug naar de plek waar we op de kraterrand kwamen. Mijn lijf wil niets anders dan afdalen, de hoogte geeft me hoofdpijn en misselijkheid. Ik voel zo weinig kracht dat het me nauwelijks lukt om de ijsvelden te zien die in de krater liggen, links onder mij. Ik zie alleen de blauwe gloed ervan in mijn ooghoeken. Jammer dat het niet lukt om de kern van de krater te zien, een gemiste kans. Als we terug zijn bij Gilman’s point, komt de zon op. Dat was precies de bedoeling van de gids. Ik sta te trillen op mijn benen. Met een grote glimlach op hun gezicht en met weer die fonkelende ogen zingen de gidsen uit volle borst voor mij ‘No woman no cry’. Ik moet lachen en huilen tegelijk. De zonnestralen juichen mij toe, ik heb het gedaan!

Maart 2020, Kilimanjaro Christian Medical Centre 
13 jaar na de beklimming ben ik weer bij de Kilimanjaro. Op de eerste wandeling van ons hotel naar het ziekenhuis waar we een week gaan werken hebben we ineens uitzicht op de Witte Berg. De herinneringen komen terug. Niet alleen van de tocht zelf, ook dat een half jaar na die top mijn leven totaal veranderde. Uiteindelijk zeer ten goede. Iedere dag dat we in het ziekenhuis zijn kijk ik uit naar de berg. Bijna iedere dag zijn de twee hoogste vulkanen ook te zien, de majestueuze Kibo, en iets verder op Mwanzi waar we toentertijd ook onder kampeerde. Ik zie twee oude vrienden terug. Heimwee overvalt me en dat roept op dat ik het nog een keer wil doen, nog een keer daarboven zijn. Niets anders dan stap voor stap omhoog, zo langzaam dat ik zonder hijgen vooruitkom. Zo dicht bij mijzelf dat ik voel dat de kracht van de berg de spiegel is van de kracht in mij.

Kilimanjaro, gezien vanaf Mount Meru (juli 2007)
Kilimanjaro, gezien vanaf Kilimanjaro Christian Medical Centre (maart 2020)

N(i)et-werken

In de zomer van 2019 heb ik samen met Better Future, het bedrijf waarmee ik al 15 jaar programma’s in Afrika begeleid, en Sustainalize, een adviesbureau gericht op het bevorderen van duurzaamheid binnen grote ondernemingen, plannen gemaakt voor een leiderschapsreis in Gambia in april 2020. Alle deelnemers in het programma van vorig jaar met dezelfde partners waren enthousiast en Sustainalize zag een dergelijk programma als aanvullend aanbod naar hun klanten. In september zijn we begonnen met het werven van deelnemers en de eerste week van februari was gepland om de voorbereidingen in Gambia te treffen. Alleen al vanwege de kans om twee keer naar mijn geliefde Gambia te gaan was ik heel blij met dit plan!

Weer een open-inschrijvingsprogramma organiseren had voor mij ook een risico. De afgelopen jaren werd het steeds moeilijker om de groep vol te krijgen. De afgelopen drie programma’s hebben we om die reden uitgesteld of samengevoegd. De werving van deelnemers kostte me steeds veel energie. Het voelde voor mij als leuren en sleuren aan mensen die misschien een keer mee zouden willen. De programma’s zelf zijn altijd geweldig, dus ik besloot er weer in te stappen en beloofde aan mezelf dat ik de werving vanuit positieve energie zou gaan doen. Alleen acties te ondernemen als het voor mij goed voelde, vanuit plezier en spontaniteit contacten leggen en oké zijn met een nee van potentiele deelnemers.

Er meldden zich al snel twee enthousiaste vrouwen voor het programma. Samen met Sustainalize hebben we LinkedIn overladen met blogs, video’s en andere posts om nog meer mensen enthousiast te maken. Af en toe reageerde iemand die nieuwsgierig was en iedere keer besloot die persoon om toch niet mee te gaan. We bleven steken op twee van de tien beoogde deelnemers. Februari kwam er ineens snel aan. Wat te doen? Het programma gaan voorbereiden met een grote kans het twee weken later te moeten cancelen omdat er nog steeds te weinig mensen zijn die mee gaan doen en dus al het werk voor niets te doen of nu al het besluit nemen om het programma af te blazen? Op de avond van mijn vertrek naar Gambia besloten we het laatste.

En ineens hoefde ik niet te werken en werd het netwerken en genieten van wat vrije tijd, de zee en zon. Een vriendin van mij ging dit keer met mij mee. Zij ging sowieso voor de vakantie variant. Ik was zaterdag in het vliegtuig blij met de duidelijkheid. Als ik werk, wil ik dat ook zuiver, open en voor de volle 100% doen en niet met de gedachten in mijn achterhoofd dat het misschien voor niets zou zijn. 

Op zondag realiseerde ik me dat de beslissing meer voor mij betekende dan ik dacht. Naast omgaan met de teleurstelling van mensen in Gambia en Nederland die mee zouden gaan was het voor mij ook een afsluiting van een tijdperk. Na 15 jaar leiderschapsprogramma’s in Gambia met individuele deelnemers, waar ik er ooit zelf één van was, kwam hier een einde aan. Het besluit om nu het programma niet door te laten gaan was voor mij ook het besluit om dit soort programma’s in de toekomst niet meer te doen. 

Op maandag was ik er verdrietig over, afscheid nemen van iets wat mij na aan het hart ligt en veel gebracht heeft in mijn leven. De verbindingen die in die programma’s gelegd zijn, de lessen die ik er iedere keer geleerd hebt, de vele vriendschappen die er uit ontstaan zijn, de mooie initiatieven die levens veranderd hebben voor mensen en gemeenschappen in Gambia. Gelukkig kon ik dit verdriet delen met Carel en mijn reisgenote. Ik realiseerde me daardoor ook dat het een afscheid is van een vorm en niet van de essentie van die programma’s voor mij: oprechte interesse en liefde van en voor mensen.

Een alternatief voor niet hoeven te werken was dat ik in Gambia vakantie zou gaan vieren. Klinkt misschien gek maar dat is voor mij echt buiten mijn comfortzone. Naar Gambia gaan staat voor mijn voor samenwerken met lokale organisaties, ‘echte’ Gambianen ontmoeten en vooral weg blijven van het toeristengebied. En nu was ik ineens bijna een hele week in een hotel aan het strand omringd door vakantiegangers. Hoe zou ik dat gaan doen? Zou ik dat gaan doen? Op een bedje onder een parasol liggen zonnen, zwemmen, drankjes drinken, Gambiaanse strandverkopers afwijzen, excursies doen. Die dingen doe ik niet in mijn ‘normale’ vakanties en nu staat het ineens voor mijn neus. Ik word er tegendraads van, oordeel over van alles en nog wat, verzin allerlei smoesjes om het te ontwijken. En dan is daar mijn vriendin die mij een spiegel voor houdt over mijn oordelen en gemopper. Ondertussen geniet zijzelf enorm van de dingen die horen bij een Gambia vakantie. Dat helpt me en ik kom tot een manier die het goede heeft van allebei. Om de dag doe ik met haar mee en om de dag doe ik mijn dingen die ik normaal doe in Gambia. 

En ineens is er nog een andere vriend die me helpt met deze mindshift: de zee. In mijn verdriet op maandag neem ik een duik in de golven en denk aan al het plezier dat we met onze familie hebben als we in Zeeland zijn. Ik denk ‘Oostkapelle’ en word blij zoals en alsof ik daar ben. 

Op dinsdag ben ik weer in de zee en kan naar de golven kijken als naar het leven. Er komt een golf aan, die groter en groter wordt, huizenhoog. In een flits gaat er door me heen durf ik bij die muur van water te blijven of zwem ik er van weg? En dan slaat de golf om, hij slokt me op, overspoelt me, sleurt me mee, water komt in mijn neus, mond en oren. Ik zie even niets, het zout bijt in mijn ogen. Hoestend en proestend kom ik weer boven water, dichtbij het strand. Ik fatsoeneer mijn bikini, sta op en loop het water uit. Ik sta op het harde zand, waar het water zich terugtrekt naar de zee om opnieuw een golf te worden. Ik kijk over de zee, in de verte de rustige waterspiegel, dichtbij de bruisende dynamiek van de golven. Het beeld van de grootse golf van daarnet roept vragen bij me op: Is dit hoe ik om wil gaan met de dingen die in mijn leven gebeuren? Kan ik hier van genieten of word ik bang voor een volgende golf? En het leven zit vol met volgende golven, soms zie ik ze aan komen en vaak zijn ze onverwacht, groot, heftig, met veel druk er op of juist kabbelend. Ik stap de zee weer in. En loop de volgende golf tegemoet, en nog een en nog meer. Iedere keer bedenk ik een andere manier om om te gaan met de golf. Ik spring er overheen, duik er tegenin, zwem mee op de stroom, blijf staan en laat me om ver duwen, laat de klap tegen me aan komen vol in mijn buik, zoek een ondieper deel op en laat het water lieflijk over me heen stromen. Het kan allemaal en het is allemaal oké, sterker nog ik kan van iedere manier genieten. Ik word steeds blijer, loop steeds weer richting die hoge golven, die muren van water die me omarmen bij het omslaan. Wat is het leven mooi als ik alle manieren die er zijn kan waarderen, kan laten gebeuren, er van genieten ook als is het niet altijd comfortabel. 

De zee is de omlijsting voor veel ontmoetingen deze week. Ontmoetingen met mensen die mee zouden doen met het programma dat niet door gaat en ontmoetingen met mijn Gambiaanse familieleden. Ik luister naar hun muren in het leven en hoe zij daar mee om gaan. Hoe zij een manier vinden die voor hen werkt, die ook nog moet passen in hun cultuur, die zij durven aan te gaan, of juist niet.

Ik word geraakt door hun veerkracht, passie, geduld, eerlijkheid en positiviteit. En ook door de dingen waar ze niet over durven praten, de taboes die er nog sterk spelen in Gambia. En de gevoelens en gedachten die niet normaal zijn om te delen. De worstelingen die daardoor ontstaan. Ik praat er met Fatou over. Zij leidt het Buzz project in Gambia en heeft net een intensief programma doorlopen gericht op persoonlijk leiderschap en sociaal ondernemerschap. Ze heeft een idee: een leiderschapsprogramma voor alleen Gambiaanse deelnemers, waarin rurale onderneemsters en partners van Buzz uit de stad samen leren. En we weten het meteen; daarin gaan we ‘sharing circles’ houden. Een manier om iedereen de kans te geven te delen wat ze al zolang van binnen bezig houdt, wat door het delen ook kan helen. Vertellen over de muren van water in hun leven, om te leren hoe ze kunnen genieten van de omslaande golven. Hoe ze hun innerlijke vrede kunnen vinden als het stille oog in een storm. Wat fantastisch zou dat zijn: een andere vorm voor oprechte interesse en liefde van en voor mensen.

Gast-vrijheid

Voor de vierde keer ga ik naar Palestina. Het blijft bijzonder om in landen te komen waar het leven wezenlijk anders is dan in Nederland. Omdat ik voor mijn werk ga en niet als toerist krijg ik de kans om mensen te ontmoeten in hun dagelijkse leven, tijdens hun werk, bij hen thuis, op straat, in de bus of taxi. Ik mag ze ‘echt’ ontmoeten, delen wat ertoe doet in hun en mijn leven, de mooie dingen en de zorgen. 

Palestina is hier extra bijzonder in voor mij. Een land dat niet wordt erkend en toch bestaat, gevangen door een hoge muur en door een wereldpolitiek die ik niet begrijp. Daar te mogen samenwerken en in contact te komen met mensen en hun vriendelijkheid en behulpzaamheid te ervaren geeft mij de gelegenheid om een ander perspectief te zien. De menselijke kant van een harde wereld. 

Ik ga dit keer veel ‘oude’ bekenden ontmoeten. Natuurlijk de deelnemers van de training die er de vorige keer ook waren, Jihan die de training organiseert en Areej die de vertaling weer gaat doen. En we gaan naar het hotel waar ik ook de eerste twee keer ben geweest toen ik in Palestina was.

Als ik daarbinnen kom realiseer ik me dat het een soort thuiskomen is. Thuis omdat het bekend terrein is met fijne herinneringen aan de vorige keer toen ik midden in de nacht aan kwam en heel hartelijk ontvangen werd. De meneer achter de receptie is dezelfde man van toen, hij herkent me en is ook blij mij weer te zien. In het restaurant werken ook nog dezelfde mannen, ze komen direct op me af om mijn hand te schudden. Ze heten me van harte welkom. Ik krijg zelfs dezelfde kamer.

Als ik op de eerste werkdag naar de trainingszaal loop komt er een vrouw op me af die blij verrast is om mij te zien. Ze omhelst me en ik krijg twee zoenen. Ineens weet ik weer wie het is. De schoonmaakster. Haar hartelijkheid raakt me. Ik voel weer de band die ik altijd voel als ik schoonmaaksters ontmoet. Vrouwen die met hart en ziel werken voor een laag loon, werk doen waar vaak op neer gekeken wordt en wat zo essentieel is om ander werk mogelijk en prettig te maken. Ook al is het meer dan 20 jaar geleden dat ik bij een schoonmaakbedrijf werkte, mijn hart licht nog steeds op voor deze vrouwen die aan de basis van de maatschappij staan. Dan is het extra fijn dat ook zij mij welkom heet, dat we net zoals de vorige keren de verbinding en gelijkwaardigheid voelen, iedere dag even een praatje maken en we elkaar helpen om aan het einde van de dag de zaal op te ruimen.

Het weerzien met Areej is enthousiast en liefdevol. De eerste keer dat we elkaar ontmoetten hadden we meteen een klik. Allebei hebben we er naar uit gekeken om elkaar weer te zien. Meteen nodigt ze mij en mijn collega uit voor een rondleiding en etentje in Jerusalem op onze en haar vrije dag. We grijpen dat met beide handen aan. Areej brengt ons naar de kerk die gebouwd is op de plek waar Jezus gekruisigd en begraven is. Het is een bijzondere plek. Iedereen loopt in en uit, als op een marktplaats. En het is ook een heilige plek waar mensen de steen aan willen raken waar Jezus gevallen zou zijn, waar al die Bijbelse verhalen hebben plaatsgevonden. Areej vertelt erover op een warme, diep-respectvolle manier vanuit haar eigen christelijke achtergrond. 

Al was de trap afgesloten, wij mochten toch naar boven. De man die de stroom mensen daar reguleert herkent in Areej een local en geeft ons de kans om de plek van de kruisiging te zien. Er zitten een monnik en een priester te bidden. Tenminste ik schat aan de hand van hun kleding in dat ze dat zijn. De toewijding van die mensen raakt me. Op die plek steken we alle drie een kaarsje op. Ik voor mama, papa en mijn zwager. En ook uit dankbaarheid. Dat ik dit mag mee maken, dat ik op deze plek mag komen en daarmee bewust ben van de energie die hoort bij Jezus, die ik de laatste jaren als voorbeeld ben gaan zien van een mens die in staat is tot onvoorwaardelijke liefde en vergeving. 

Areej neemt ons mee naar een Oostenrijks klooster dat inmiddels een hotel is, met prachtig uitzicht over Jerusalem. Ze trakteert ons op thee met apfelstrudel, volgens Oostenrijks recept. Dan vraagt ze waar we willen eten. We kiezen en stellen als voorwaarde dat wij betalen. Geen denken aan. Zij trakteert. Wij gaan over stag, ze is niet van haar plan af te brengen. We gaan naar de ‘Notre Dame’, net buiten de oude stad. Het restaurant is op de bovenste verdieping, weer een plek met prachtig uitzicht over de stad. En met Wine & Cheese. We peuzelen van heerlijke voorgerechten, kazen, salades, en vier nagerechten voor ons drieën. Ik luister vooral naar de gesprekken tussen haar en mijn collega. Het gaat over allerlei manieren om innerlijke rust te vinden, om gelukkig te zijn, wat echt belangrijk is in het leven. En dan vertelt Areej dat ze koffiedik kan lezen. Het dringt eigenlijk niet echt tot me door en ik vergeet het ook weer. Tenslotte brengt ze ons ook nog terug naar Ramallah. Haar hartelijkheid en gulheid is van een niet-Nederlandse orde.

De dagen beginnen mijn collega en ik in de gym. Een manier om toch wat beweging te hebben. Van de 5 trainingsdagen ben ik er 3 helemaal niet buiten geweest en op de 2 andere heb ik 10 minuten in de stromende regen gewandeld. In die gym speelt zich een dagelijks ritme af. Een vrouw en een man die ’s ochtend vroeg komen en daar sporten. Eerst denk ik dat zij de beheerders zijn. Op een dag loop ik naast de vrouw op de loopband en komen we aan de praat. Zij vertelt zo ongeveer haar levensverhaal. Ze werkt op een verdieping lager voor een organisatie voor dove en slechthorende kinderen. Haar dag begint dus met anderhalf uur gym om fit in geest en lichaam te zijn voor haar werk. Op de laatste dag ga ik niet sporten, nog te veel te doen om die dag voor te bereiden. Ik loop de gym even in om haar gedag te zeggen. En opnieuw van die hartelijke zoenen en de hoop dat we elkaar weer zien.

Twee dagen na ons etentje met Areej ben ik na de training bezig met de voorbereiding voor de volgende dag als mijn collega hoteldebotel binnen komt lopen. Areej heeft net haar ‘koffiedik’ gelezen. En ze is totaal onder de indruk wat daaruit is gekomen. Areej heeft haar verteld over allerlei dingen die nu spelen, die Areej echt niet kon weten en die precies kloppen. En dan ook nog een paar voorspellingen die een grote positieve invloed gaan hebben op haar leven. Op datzelfde moment heeft Jihan ook een consult bij Areej. Die komt ook helemaal enthousiast haar verhaal vertellen. Het maakt me nieuwsgierig. Wie weet overwin ik mijn afkeer van koffie wel om dit ook mee te maken.

De volgende dag vertrekt mijn collega en faciliteer ik nog een vergadering met alle partners in het programma gericht op integratie van visueel beperkte kinderen in het reguliere onderwijs. Die avond logeer ik bij Jihan thuis. Zij woont bij haar moeder, samen met twee zussen. Haar broer heeft een supermarkt onder hun appartement en de schoondochter is ook thuis om later samen met haar man naar hun eigen huis te gaan. Ik zie er een beetje tegen op. Nog een avond zonder ruimte voor mezelf, met veel mensen om me heen. Als ik de huiskamer binnen stap is dat meteen over. Ik ben meteen helemaal deel van de familie. Ik mag, kan en doe wat ik zelf wil. Ik voel me verbonden en deel van het gesprek, ook als zij Arabisch spreken. De onderlinge liefde is sterk voelbaar en de voorspellingen van Areej voor Jihan worden uitgebreid besproken en de plagerijen vliegen over de tafel. Vooral over het feit dat haar broer en schoonzus een tweeling zouden gaan krijgen. Ze beginnen zelfs al namen te bedenken! We eten met zijn allen aan de keukentafel, brood met alle gangbare en heerlijke Palestijnse dips. Het voelt nog meer thuis. Zoals met mijn ouders, broers en zussen, hoe we met zijn negenen samen aten, vertelden en plaagden. 

Als klap op de vuurpijl komt Areej langs, met cake, broodjes en koekjes, genoeg om een hele week van te snoepen, zelfs voor deze familie. 

Ik ga het aan, ik drink een kopje koffie met na iedere slok wat water. Als het koffiedik gedroogd is begint Areej te lezen. Het raakt me wat ze zegt als ze in mijn kopje kijkt. Ze benoemt gebeurtenissen uit het verleden die voor mij dierbare herinneringen oproepen. En het zijn bijzondere, en vooral positieve dingen die er lijken te gaan gebeuren. Vervolgens leest ze ook nog de koffiekopjes van de rest van de familie. Voorbij enen in de nacht vertrekt ze, van Palestina naar Israël, terug naar Jerusalem. Ik kan niet slapen, het derde kopje koffie in mijn leven ooit houdt me wakker. Ik geniet na van de vrijheid die ik als gast mocht ervaren. Deze avond en tijdens alle dagen deze reis, geschonken door zoveel hartelijke mensen. Nog een voorbeeld om na te leven. Wat bijzonder om dat in dit ‘gevangen’ land te ervaren.

Jerusalem vanaf het dak van het Oostenrijkse klooster

Angst of Vertrouwen

Mijn Better Future collega Michel vraagt of ik mee ga op zijn fietstocht door Afrika. Voor hem is het de overgang naar zijn nieuwe bedrijf Betterpreneurs. Eerst denk ik “ik ben geen fietser en ik heb al helemaal geen goede fiets daarvoor”. Dan houdt mijn lieve partner Carel me voor dat het een uniek avontuur is waar ik zomaar in kan stappen. Avontuur, ja daar ga ik voor! En dus ga ik aan de slag, koop een ware all terrain bike met bagagedragers, ga fors aan het fietsen in plaats van wandelen, leen spullen van allerlei mensen, en heb veel voorpret. 

En dan is het zo ver. Het Oxfam programma in Oeganda de week voor de fietstocht is klaar en ik stap over richting Kenia, op weg naar Michel, Erwin en Berber, 2 andere avonturiers die al van Kampala naar Kisumu zijn  mee gefietst. En die overstap is het deel van het avontuur waar ik vooraf het meest tegenop heb gezien. Hoe kom ik bij hen, hoe gaat dat met de fiets vervoeren, waar zijn zij als ik naar ze toe ga?? Allerlei vragen die voor de reis steeds door mijn hoofd hebben gespeeld. Emmanuel van Oxfam Oeganda stelt me al snel gerust. “Dat komt goed, er zijn bussen naar Kisumu die kan ik voor je reserveren en die nemen je fiets ook mee.” Ik moet een uur voor vertrek bij het busstation zijn. Het lijkt dat we die dag ruim de tijd hebben. Maar dan zijn er files, een ontmoeting die langer duurt dan verwacht en nog meer files. Ik word zenuwachtig, mijn hart klopt sneller en ik word heel stil. De tijd loopt door. 30 meter voor het busstation staan we helemaal vast. De zenuwen lopen op. Als ze de fiets gaan inladen past hij net niet in de bagageruimte. De zenuwen gieren nu door mijn hele lijf. 

Dan komt iemand op een slim idee, andersom past de fiets wel. Ik sta inmiddels te trillen op mijn benen. Gelukkig kan ik nog even met Carel bellen om te ontladen. En dan komt er rust en gaat alles lopen. Er is een vriendelijke meneer waar ik geld bij kan wisselen zodat ik dat niet bij de grens hoef te doen, er blijkt nog wat te eten te koop te zijn op het station en ik zit naast een vrolijke vrouw die ook in Kisumu gaat uitstappen en die weet hoe het bij de grens van Oeganda en Kenia werkt. En ook in Kisumu zijn er aardige mensen. Een vrouw die een taxi voor mij belt en een taxichauffeur die volhoudt bij het hotel als de nachtwaker ons niet binnen wil laten. Om 4 uur ’s nachts lig ik in bed. In hetzelfde hotel als Michel, Erwin en Berber. Op tijd om de volgende dag met hen verder te fietsen. Het is allemaal goed gekomen.

Als ik de volgende dag een half uur gefietst heb bedenk ik me ‘ik doe het’ en als het bij één dag blijft heb ik het gewoon gedaan; fietsen in Afrika! Voor dit gevoel heb ik me al die maanden beziggehouden met die fiets waar ik inmiddels goede maatjes mee ben geworden. 

Zodra we buiten de stad zijn komen we op een weg met kleine stukjes asfalt, rode aarde met veel kuilen en grote vrachtwagens vol met net geoogste sugar cane. Ik rijd achteraan. De anderen zijn steeds zo’n 500 meter voor me. Ik voel dat ik ze niet bij kan houden. En weet dat ik daar vooral ook niet mijn best voor moet gaan doen. Even maak ik me er zorgen over. Had ik nog meer moeten trainen? Al snel kan ik genieten van mijn eigen tempo, van de momenten dat zij op mij wachten en van alle hartelijke mensen die ons toeroepen en aanmoedigen. Mijn fiets draagt me en brengt me steeds waar ik wil zijn. In het midden van het niets is er ineens een ‘friettentje’, precies op het moment dat het lunchtijd is. En aan het einde van de middag komen we in een dorp waar ze ons vertellen dat 5 km verderop een fijn hotel is. Ik voel dat er voor ons gezorgd wordt.

De volgende dag vertrekken we vroeg. We rijden over een mooie asfaltweg met een ‘vluchtstrook’ erlangs waar genoeg ruimte is voor ons en we geen last hebben van een enkele auto of vrachtwagen die ons in haalt. Hoe het kwam weet ik niet maar ineens rijd ik voorop. Er komt een boom met schaduw in zicht, een mooie plek om even te rusten. Ik kijk achterom waar de rest blijft en dan…., dan rol ik zomaar de weg af, de berm in die een meter omlaag gaat, gelukkig precies op een plek met alleen gras. Waarschijnlijk heb ik bij het om kijken mijn stuur naar links getrokken en viel ik dus. Er is direct een meneer in de buurt die de fiets van mij af plukt en ook mij ‘opraapt’. De anderen waren vlakbij en zagen het gebeuren. Ik weet meteen dat er niets aan de hand is. Mijn heup is nog heel, de plaat die er nu ruim in jaar in zit heeft me beschermd. Alleen wat blauwe plekken. En er is schrik. Spanning die loskomt, angst om nog een keer mijn heup te breken. Als we verder fietsen komen de tranen. Ik voel dat die angst van diep uit mijn lijf wil stromen. Ik huil met een soort oer geluiden. Ik moedig mezelf aan die vooral volop te laten komen. Ik sta het toe. Ik kies er voor het niet tegen te houden en het ook niet vast te houden. Als we een uur later na een beklimming van een eerste steile berg weer bij elkaar zijn ben ik helemaal rustig. Alle spanning is weg. Ik voel me vrolijk en gelukkig daar op die top. Ik wist dat er vrede zat onder die uitbarsting en nu voel ik die ook. En ook deze dag komen we weer precies op tijd de dingen tegen die we nodig hebben: eten, een dak boven ons hoofd om te slapen en hartelijke mensen die ons welkom heten in hun prachtige land.

Die tweede dag en ook de volgende dag is het vooral stijgen. We steken de Great Rift Valley over, een diepe spleet in de aardkorst van Mozambique tot aan Syrië. Na stijgen komt ook dalen. Vanaf het hoogste punt in Mau Narok op 2690 meter, gaat het snel en lang naar beneden. Het begin gaat over een asfalt weg. Het gaat zo hard dat ik af en toe rem. De anderen stuiven mij voorbij en hebben de grootste lol om zo hard mogelijk te gaan. Ik voel wat anders. Ik vind het spannend, voel de angst door mijn lijf gaan. En het lukt me te ontspannen, steeds minder te remmen, te volharden zoals mijn vader altijd zei. Ik merk steeds weer en meer dat het me helpt heel bewust te voelen wat er in mijn lichaam gebeurt. Ernaar te luisteren, het te verwelkomen en te kiezen hoe er mee om te gaan. 

Op een weg met losliggende steentjes zie ik ineens dat Michel langzamer naar beneden gaat dan ik. Het moet niet gekker worden. En bedenk me dat dat vast een reden heeft. Losliggende steentjes…oké, ik ga ook wat langzamer…

En zo krijg ik steeds meer plezier in het afdalen. Sjees ik ook met een vreugdekreet naar beneden en hang ik zelfs af en toe naar voren om nog sneller te gaan. Als we op een vlakte komen zijn we ineens tussen de zebra’s en giraffen. We komen uit bij het Elementaita meer. We logeren in een eco-kamp en hebben zicht op horden flamingo’s en pelikanen. Wat een enorme cadeaus komen er op ons pad. 

En dan is de laatste fietsdag aangebroken. We fietsen naar een volgend meer, in de buurt van Naivasha. We komen terecht bij Fishersman’s camp op advies van een onbekende die we ontmoeten bij een koffietentje onderweg. Als we het terrein op rijden herken ik het. Hier ben ik 5 jaar geleden geweest met Evalyn, een bijzondere vrouw die veel voor mij heeft betekend toen ik 5 jaar geleden in Nairobi woonde. Zij is helaas overleden. Zo fijn om hier terug te zijn. Het voelt als een eerbetoon aan haar. Ik weet het steeds zekerder, het universum helpt ons. Ik hoef alleen maar in het nu te zijn en te vertrouwen, dan komt het goed, dan is het goed. 

Dank jullie wel Michel, Erwin en Berber voor alle steun, alle keren wachten, technische en morele hulp, jullie humor en zorg. Voor jullie vertrouwen.

Pressure cooker moeder

In plaats van dat ik naar Gambia ben geweest was Gambia 2 maanden bij mij. In de vorm van Sosseh Cham, de oudste zoon van mijn goede vriend en broer Tamsir.

Sosseh doet zijn masters Bedrijfskunde in Rome en af en toe hadden we contact via WhatsApp. Op een dag belt hij mij dat hij een Erasmus beurs kan krijgen, dat betekent een half jaar in een andere Europese stad studeren. De Radboud universiteit staat ook op het lijstje. Ik had inmiddels via zijn vader begrepen dat hij heel krap bij kas zit en een half jaar in Nijmegen studeren en bij mij logeren zou veel geld schelen. Daarnaast logeer ik al jaren regelmatig bij de familie Cham, mijn familie in Gambia. Mijn voorstel: kies maar voor het Radboud en je kunt bij mij wonen.

Een week later blijkt dat de plaatsen in Nijmegen al vergeven zijn en Sosseh kiest voor Berlijn. Dan belt hij weer en ik kan nu niet meer na vertellen hoe het idee ontstond, ineens was het er. Hij komt 2 maanden in de zomer bij mij logeren en gaat hier werken om geld te verdienen voor zijn tweede studiejaar.

Met Pinksteren is hij een weekend bij mij voor een al eerder gepland gezelligheidsbezoekje. De eerste dag vertelt hij hoe hij elke dag gediscrimineerd wordt in Rome, van hoe weinig geld hij leeft en dat hij een bed deelt met een Ghanese student in de hal achter een gordijn van een klein appartement waar nog 2 andere Ghanese studenten wonen. Ik lig er een nacht van wakker. Is dit Europa? Is dit 2019? Wat kan ik doen?

En daarmee is mijn gevoel van verantwoordelijkheid voor hem geboren. Uitzoeken wat voor werk hij hier mag/kan doen. Na wat telefoontjes met de belastingdienst en de IDN is er een officieel antwoord: hij mag niet werken in Nederland, ook mag hij dat wel in Italië. Hoezo Schengen? Dan plan B: klusjes doen bij vrienden en bekenden. Samen maken we een mail aan hen en al gauw komt er allerlei werk los. So far so good.

Begin juli komt Sosseh naar Nederland. Tussen mijn werk in het buitenland en vakantie door doe ik een introductierondje met hem zodat hij weet waar hij naar toe moet voor zijn klussen. En hij gaat natuurlijk mee naar familiefeestjes en visites. Na zo’n bezoekje bij mijn broer zegt hij tegen Carel en mij: jullie vertellen echt alles aan elkaar he! Totale verbazing bij hem. We hebben het erover, hoe fijn het is om zorgen en de goede dingen te delen, hoe dat kan helpen voor jezelf en voor anderen. Ik vraag hem of er iets is waar hij mee zit en wat hij nog nooit heeft gedeeld. 

En dan is het of er een bom barst, of een zware last naar buiten mag komen. Hij vertelt hoe verantwoordelijk hij zich voelt voor zijn familie. Omdat hij de oudste is. Omdat zijn vader een beroep op hem heeft gedaan toen hij heel erg ziek was. Door zijn bankboekje aan hem te overhandigen en te vragen of hij voor de familie kan zorgen. Een familie van 9 directe familieleden en nog veel meer mensen die ook afhankelijk zijn van deze familie. Een bankboekje met nog geen €2000 er op. Genoeg voor hooguit 3 maanden leven. 

Zijn vader heeft de TBC overleefd, de last op de schouders van Sosseh is gebleven. Hij voelt hoe de anderen naar hem op kijken, van hem verwachten dat hij het gaat maken in het leven. En daarom moet die studie lukken. En hij is de energie er voor ergens in Rome kwijtgeraakt. Ineens zit daar een jongen van 27 die het allemaal niet meer weet, huilend, bang om te falen en teleurgesteld in zichzelf.

Wat te doen? Ik wil het graag voor hem oplossen, weet dat ik dat niet kan en voel me nog meer verantwoordelijk voor het halen van het budget dat we hebben gesteld (dus nog meer klussen zoeken), voor het halen van de twee examens die hij nog moet doen, voor zijn plezier hier in Nijmegen (dat hij maar niet gediscrimineerd wordt zoals in Rome), voor het regelen van zijn verblijfspermit en studiebeurs, voor het vinden van een kamer in Berlijn…. Ik ga me gedragen als een overbezorgde bemoeizieke moeder. Ik voel dat dat niet klopt en ik kan het niet laten.

Er gebeurt van alles in de weken dat hij in Nijmegen is. Ik kan er een heel boek over schrijven. En vanuit deze situatie leer ik veel, vooral over mijzelf. Hoe drammerig ik kan zijn, hoe graag ik wil dat een ander het doet zoals ik het bedacht heb, hoe gehecht ik ben aan de Nederlandse cultuur, hoe anders de Gambiaanse cultuur is, hoe veel ik gesteld ben op mijn huis als mijn privédomein, hoeveel energie ik heb om mijn doelen te halen, dat ik veel meer moeder gedrag en gevoel heb dan ik had kunnen denken. Dat soort dingen.

En ik weet ook dat ik niet verantwoordelijk kan zijn voor zijn geluk, dat ik met dit gedrag het omgekeerde bereik.

Op een avond gaan we samen naar de sportschool en daarna een ijsje eten. Het is net voor sluitingstijd en er staat een rij. Voor ons staat een echtpaar waarvan de man in een jolige, aardige bui Sosseh aanspreekt met ‘hi motherfucker’. Ik hoor aan de toon dat hij daar niets verkeerds mee bedoelt, zo’n type die dat tegen iedereen zegt. Bij Sosseh komt het totaal anders binnen. Vanuit zijn innerlijke worsteling die toen op zijn hevigst was wordt hij boos, zonder dat hij het laat zien. De man komt bij ons zitten en vraagt of hij in het AZC woont tegenover de ijssalon. Sosseh zegt ja. Ik denk wat zegt hij nu!? Ze praten wat door en ik wacht op het moment dat Sosseh zegt, “nee joh ik woon bij Annet”. Dat doet hij niet. Ik zeg niets omdat we hadden afgesproken dat ik me niet meer zou bemoeien met wat hij doet. Aan de oppervlakte hebben ze een aardig gesprek. Sosseh uit dat hij het geen stijl vond dat hij dat woord gebruikte en geeft hem wel zijn nummer om nog een keer iets af te spreken. De man wil hem graag helpen, met bijvoorbeeld de Nederlandse taal.

Op de fiets naar huis vraag ik Sosseh waar dit over ging, iets vertellen wat niet waar is en dat volhouden. Hij vertelt dat hij boos was op die man, dat hij diep geraakt is, dat hij nu eens niet die aardige jongen wilde zijn die hij altijd is. En dan word ik boos, geïrriteerd over zijn gedrag, dat hij een spelletje speelt en niet trouw is aan waar hij normaal voor staat. Thuis gooi ik dat er allemaal uit en nog veel meer. Dat ik op mijn tenen loop om het hem naar zijn zin te maken, dat ik me erger aan zijn passieve gedrag (lang uitslapen, te laat komen, niet studeren en daar over liegen, zichzelf verloochenen). Zoals dat bij mij gaat komen daar aardig wat emoties mee naar buiten. Hij schrikt ervan. 

Dit is wat we allebei niet willen. We hebben vervolgens een diepgaand fijn gesprek. Het klaart de lucht. De verantwoordelijkheden komen weer op de juiste plaats te liggen. En dat is voelbaar in de 2 weken die we daarna nog ‘samenwonen’. We hebben lol in de keuken als we samen koken, hij maakt zijn beslissingen over zijn examens en Berlijn. Ik blijf zijn accountant maar op een praktisch niveau zonder vragen en meningen over zijn inkomsten en uitgaven. En ik mag gewoon vragen hoe het met zijn studeren gaat, zonder lading. We zijn een geolied team geworden. Alles is oké. 

Op de avond voor zijn vertrek houden we een ‘thanksgiving’ avond voor alle mensen waar hij gewerkt heeft en voor mijn familie en vriendinnen die ook op allerlei manieren bijgedragen hebben aan zijn verblijf hier en straks in Berlijn. Sosseh houdt een hele bijzondere speech, vanuit zijn hart bedankt hij mij en ik kon het helemaal ontvangen. 

De volgende dag is hij met vertrouwen in zichzelf en in de toekomst teruggegaan naar Rome. Zijn examens heeft hij niet gehaald, zonder teleurstelling van wie dan ook. Wel heeft hij alles kunnen regelen voor zijn permit en beurs. In Berlijn heeft hij binnen een week een woonplek gevonden, zijn kunst van verbinden en communiceren zullen er altijd zijn, hij is er mee geboren en kan ze inmiddels ook zelf waarderen.

Ik mocht even zijn moeder zijn en heb in een notendop ondergaan wat andere moeders mee maken. Ik ben hem daar oneindig dankbaar voor.

ijsje eten….
aan de studie
Thanksgiving, luisterend naar de speech
de speech

Puur!

Voor de 3de keer naar Palestina. Met een grote kans dat ik de eerste 6 dagen niet meer zie dan het hotel en de ruimte waar we de training gaan geven. De training gaat over het geven van trainingen. En ‘we’ is iemand die opgeleid en expert is in training geven en ik. De groep waar we dat mee gaan doen zijn 16 vrouwen en mannen, onderwijzers, supervisors en revalidatie medewerkers die werken met blinde en slechtziende kinderen op vooral reguliere scholen, oftewel inclusief onderwijs.

Hier wat momenten uit en om de training.

Ik heb de deelnemers al eerder ontmoet. Tijdens een intervisie training en een intake interview voor deze training. Ze zijn allemaal trots om lid te zijn van het ‘National Core Team’ van het JUSUR programma; Zij gaan de expertise over het werken met blinden en slechtziende kinderen doorgeven aan hun collega’s. Na twee dagen training komen we erachter dat nog niet voor iedereen duidelijk is dat dit hun rol wordt. Als ik dit typ, klinkt het wel heel erg gek dat we er twee dagen over deden om daarachter te komen. Dat heeft alles te maken met taal en cultuur. Een groot deel van deelnemers spreekt geen of slecht Engels en dus is er de hele dag een vertaalster bij. Deze vertaalster vertaalt ieder woord letterlijk, een soort google translate, van Arabisch naar Engels. En dan gaat er het een en ander verloren. Gelukkig waren er wat actieve, wel goed Engelssprekende deelnemers die ons er op wezen. Op dag 3 hebben we twee stappen achteruitgezet, om er vervolgens weer 5 vooruit te kunnen zetten (blijkt later).

In de loop van die eerste dagen kom ik er steeds meer achter dat ik niet de trainer pur sang ben die voor deze training nodig lijkt. Gelukkig is mijn collega dat wel. En ook zij heeft wat (Nederlandse) werkwijzen los te laten om aan te sluiten bij de behoefte van de groep. We hebben daar onderzoekende en inzicht gevende gesprekken met elkaar over. En komen erachter dat we allebei een soort van patroon hebben van vergelijken met de ander, zij met de gedachte: ‘o jee zij doet het veel beter dan ik’, en ik met de gedachte: ‘ik doe het niet goed genoeg’. Twee zwepen die niet echt behulpzaam zijn. Fijn dat we het er over konden hebben en tot de conclusie kwamen dat we elkaar prachtig aanvullen. Degelijke ondergrond voor de inhoud: hoe kan een training effectief zijn, gecombineerd met het proces van reflecteren op wat er op persoonlijk vlak in de weg staat of juist handig is. Aan het eind van de week wisselden we zowaar regelmatig van rol. Mooie leercurve voor ons zelf! 

De deelnemers hebben allemaal iets wat op de achtergrond speelt wat ze voor deze week achter zich willen laten. Ze delen dat op de eerste dag. Het gaat over een zoon die net een zware operatie heeft gehad, een dochter die haar thesis voor haar promotie moet verdedigen in Spanje, een baby die nog borstvoeding nodig heeft, stress omdat in het onderwijs iedereen maar 60% van hun salaris krijgt vanwege de economische crisis, wachten op de goedkeuring van een visum om naar Europa te reizen, een masteropleiding beginnen tijdens deze training, niet bij de voorstelling kunnen zijn waar de rest van de familie een rol in speelt. Voor mij speelt dat Sosseh midden in deze week weer komt logeren en nu zonder mij de weg naar en van huis moet vinden. 

Op de laatste dag beginnen we weer met deze vraag, en dan net iets anders: wat wil je hier achter laten, waar wil je mee stoppen? Prachtig hoe iedereen dan zichzelf laat zien: ‘stoppen met mezelf afkeuren’, ‘onzekerheid loslaten’, ‘geen zorgen meer maken over morgen’, ‘perfect willen zijn laten’, ‘stoppen met negatieve gedachten’, ‘ophouden met oordelen, vooral over mezelf’. Eén vrouw zegt ‘ik zou wel willen stoppen met zorgen maken over mijn kinderen, dat gaat me niet lukken dus dat ga ik hier ook niet zeggen’.

Iedereen heeft het op een briefje gezet, na het uitspreken worden die briefjes met veel energie en vertrouwen doorgescheurd en in de prullenbak gegooid. Dat die dingen ook maar daar blijven!

In de dagen tussen die twee vragen in is iedereen hard aan het werk. Dat is ook voelbaar voor de mensen van het ministerie van onderwijs. Ook die mensen heb ik al eerder ontmoet. Toen, in november en januari, was er veel weerstand op het project. Nu is de energie heel anders. Ze komen iedere dag een keer kijken, zijn blij met wat ze zien, maken veel contact met de deelnemers en doen op de laatste dag spontaan en enthousiast mee aan de laatste energizer. Eén van hen wilde ook wel een energizer in brengen. Het maakte mij extra blij, het vergroot de duurzaamheid van het project. Het ministerie is tenslotte de drijvende kracht achter inclusief onderwijs. Dan helpt het als ze zelf zien en voelen dat het kan en dat ze daar goede mensen voor in huis hebben. 

En er zijn er nog veel van die mooie grote kleine momenten. Hier een paar daarvan:

Lobna die haar hoofddoek af doet als ik even bij haar in de hotelkamer ben. Ze lijkt ineens zoveel jonger!

Abeer die enorme verliefdheid uitstraalt als ze over haar man, waar ze al 17 jaar mee is, praat en vol trots zijn foto laat zien.

De receptionist die iedere dag voor ons de vertaling checkt van aangepaste documenten, gewoon uit aardigheid.

Het bezoek aan een museum van een beroemde Palestijnse dichter, hoe mooi tekst en beeld samen kunst zijn.

Yasser die ineens weg is (zijn visum was er en vertrok direct) zonder gedag te zeggen en dan toch nog even belt om dat alsnog te doen.

Een lesje over Palestina… niet de Westbank en Gaza zijn Palestina maar het hele gebied dat wij Israël noemen is Palestina!

En niet te vergeten iedere dag beginnen op de loopband in de gym van het hotel, samen met mijn collega. Mijn fysio oefeningen doen en fit de dag beginnen.

Na de training heb ik nog een dag in Bethlehem. Eindelijk zie ik dé plaats waar Jezus is geboren en het veld waar de herders ‘lagen’. Ik had gehoopt op iets sereens, met eenvoud en puurheid. Het waren een soort attracties, voetje voor voetje schuifelend door een kerk naar de precieze plek van geboorte, samen met door vele bussen aangevoerde toeristen. Hoe dan ook, het kan van mijn ‘lijstje’.

Gelukkig hebben de vrouwen en mannen in de training al heel veel puurheid gedeeld. En sereniteit kan ik gewoon bij mezelf zoeken en vinden. Innerlijke vrede, wat er ook maar buiten mij gebeurt, dat is en blijft mijn levensdoel.

Let the beauty of what you love, be what you do

Fass, north bank of the Gambia, 7 Nederlanders, 8 Gambianen, Dave en ik, een leiderschapsprogramma….. Vooraf altijd spannend of ‘the magic will happen’. Op vrijdag bij het afscheid spatte de magic er vanaf. Zo ontzettend gaaf om te zien! Vijf dagen samen werken, leven en leren in omstandigheden die voor iedereen nieuw waren, ook voor de Gambianen.

Op maandag ontmoetten we elkaar vlakbij de ‘Arch’ in de hoofdstad Banjul. Vervolgens moesten we ongeveer 2 uur wachten op de pont. Middenin in de Gambiaanse cultuur van verkopende vrouwen, vrachten bagage op hoofden en karretjes, voordringen van auto’s en als groep nog onwennig met elkaar. Een kennismakingsdiner in klein groepjes was een eerste stapje in de verbinding.

De tweede dag was een totale Gambia-onderdompeling: welkom op de school door de belangrijke mannen en vrouwen van het dorp en de school, een deel van een training van Buzz meemaken met 35 vrouwen die een kleine business hebben, een meeting met de Food Management Committee van de school die de schoolmaaltijden organiseert en als klapper op de vuurpijl een avond en nacht op bezoek bij een lokale familie. Iedereen kwam anders terug: lid geworden van een familie, vol verhalen over dierengeluiden in de nacht, het lekkere eten, vroeg wakker van de moskee, een nieuwe naam en vooral overweldigd door de gastvrijheid.

Het ontbijt tijdens zo’n week is ook een reflectiesessie, voor Nederlanders en Gambianen apart. Een onderdeel daarvan is dat iemand een spreuk kiest ter inspiratie. Sulayman kiest ‘Let the beauty of what you love, be what you do’ (van Rumi). Hij vertelt over hoe hij in zijn werk voor mensen zorgt, in het verleden als vroedvrouw door vele levens van vrouwen en kinderen te redden, nu als coördinator voor de schoolmaaltijden voor alle scholen in 5 regio’s van Gambia. Tijdens de coaching kwam hij erachter dat hij dat op grotere schaal zou willen doen, maar dat zijn verlegenheid hem in de weg zit. We hebben het er over waar dat vandaan kwam en hoe hij daar anders mee om kan gaan. De volgende dag zegt hij: I really made a mindshift. Een afspraak met de directeur zit in de lucht! 

Ik realiseer me nu, al schrijvend, dat die spreuk voor veel mensen in het programma, Nederlandse en Gambiaanse, van toepassing is. Wanneer stroomt het, waar krijg ik energie van, waar ga ik van huppelen en durf ik dat ook, en wie ben ik in de kern? Dat soort vragen komen omhoog. En bij iedere stap in het programma vallen er kwartjes. Tijdens gesprekken, in het samenwerken, door intuïtief vragen te beantwoorden en zelfs (of misschien vooral) door los te gaan bij het dansen. 

Het mooie van dit programma is dat ik net zo veel leer als de deelnemers. Die spreuk is ook voor mij: doe ik waar ik van hou? Een dik jaar geleden ben ik daar intensief mee bezig geweest. En door deze spreuk merk ik dat ik weer volmondig JA kan zeggen. Verbindingen zien ontstaan, tussen mensen en in mensen met zichzelf, dat is the beauty of what I love. En in deze week zag ik ook nog dat ik dat met humor en lichtheid, in alle eenvoud kan laten gebeuren. Genieten van de dingen die anders gaan dan verwacht. Lachen om gedrag van mezelf en van anderen waar ik me eerder aan ergerde. Vol meedoen met het dansen. Besmet worden door de hartelijkheid van Gambianen. Slecht slapen en toch volop energie hebben van 7 uur ’s morgens tot 11 uur ’s avonds. In liefde met mezelf zijn en daardoor de liefde in anderen zien en andersom.

Niels die ziet waar hij trots op mag zijn en dat nog veel meer kan doen, Freek die het gevoel van huppelen terug vindt, Roos die ontdekt wat maakt dat ze zo streng is naar zichzelf en het los laat, Fatou die haar mening durft te geven in een groep, Rinske die zich vol laat zien en er twee Gambiaanse sisters bij heeft voor de rest van haar leven, Maria die ontvangen in haar geven gaat ontdekken, andere Fatou die haar innerlijke vrede steeds meer voelt, Maud die haar verlangen naar genegenheid omarmt. En Tamsir die zich realiseert dat tijd nemen om even stil te staan en te reflecteren hem veel brengt. Net zoals Sulayman gaan zij meer/weer the beauty en love voelen van wat ze doen. En ik mocht daar, samen met Dave, een steentje aan bijdragen. Ik heb genoten en ga vol dankbaarheid en vreugde naar huis, realiserend dat I love what I do.

(de namen van de NLse deelnemers zijn aangepast)

Kleine grote gebaren

Eindelijk weer een keer naar Gambia. Ik zou in november al gegaan zijn, maar op krukken en met een herstellende gebroken heup leek me dat niet handig.

Nu ga ik een leiderschapsprogramma voorbereiden dat al over 2 weken plaats gaat vinden. Dan mag ik dus weer!

Het was zo als altijd een feestje, ook omdat ik logeerde bij de familie Cham, mijn familie Cham. Het weekend was lekker rustig. Kwartetten met de kinderen en bijpraten met Tamsir, Haddy en andere vrienden in de buurt.

En toen was het maandag, aan het werk! Aan het einde van de dag leek die een week geduurd te hebben en had ik in 12 verschillende ‘vehicles’ gezeten. Ik ging op pad met een grote Coop tas met twee gloednieuwe laptops erin voor Buzz Gambia (http://buzzwomen.org). Twee keer overstappen om bij het kantoor te komen en een stukje teruglopen omdat ik te laat uit stap. Abdoulai, de chauffeur kom met de nieuwe Buzz bus me tegemoet. Het kantoor is op de 3deverdieping. In Gambia zijn treden van een trap vaak ongelijk van hoogte, ik struikel bijna. Abdoulai pakt mijn hand. Ik voel me als een klein kind bij papa aan de hand. Zo lief die zorgzaamheid. Een paar dagen later zegt hij, ‘you are the first I met from the Dutch office, you will be always my friend for that’. 

Samen met Fatou, de vrouw die Buzz Gambia leidt, ga ik een Buzz training mee maken. 30 vrouwen zitten onder een boom bij het huis van een man die de vrouwen een warm hart toe draagt. Het is hun tweede trainingsdag. Alle vrouwen hebben hun kosten op een rij gezet om zich bewust te worden waar hun verdiende geld naar toe gaat en om een keuze te maken waar ze het aan willen besteden. Een van de vrouwen vertelt dat ze 40 dalasis (ongeveer 80 eurocent) per dag uitgaf aan ataya. Chinese thee met veel suiker die vooral gedronken wordt als een soort ‘luxe’ vrijetijdsbesteding. Ze heeft besloten daar mee op te houden en het geld te sparen. En zo delen nog een aantal vrouwen hun beslissingen om dingen anders te gaan doen.

Helaas moet ik iets eerder weg voor mijn afspraak bij World Food Program (WFP) een organisatie die valt onder de Verenigde Naties. Boeiende gesprekken met de directeur, adjunct-directeur, Tamsir die daar sinds 3 jaar werkt en één van zijn collega’s. Het is een soort estafette gesprek waar steeds iemand bij weg gaat en een ander komt. En het levert precies op wat ik wilde: deelnemers voor het programma over 2 weken, planning voor de rest van de week om het dorp te bezoeken waar we het programma gaan doen en ontmoetingen met alle deelnemers en de logistieke mevrouw. Met een voldaan gevoel vertrek ik daar en trakteer mezelf op een lunch bij een typisch toeristisch terras. Als ik bij vertrek vraag hoe ik het gemakkelijkste een bus kan vinden terug, biedt de vrouw die net mijn lunch heeft gemaakt aan om mij mee te nemen. Zij moet toch dezelfde kant op. Als ik vertel dat ik een verjaardagstaart wil kopen, weet zij wel waar dat kan. En zo ben ik ineens op pad met een hardwerkende moeder van een 2-jarige, vol energie en hartelijkheid. Ze gaat mee naar de bakker en is mijn maatje van de ene bus naar de andere. We komen in de spits te terecht. Dat betekent dat het zo druk is dat we ons zo ongeveer in de bus moeten vechten, met een mooi opgespoten verjaardagstaart in de grote Coop tas die ik toch bij me had voor die laptops…. En zoals ik al schreef kom ik na 12 verschillende vehicles waaronder een ware tuktuk, thuis. Met een prachtige taart die nog helemaal intact is, voor Sainabou die 18 is geworden die dag.

In de loop van de week zijn er meer van die momenten waarin mensen kleine dingen voor mij doen die getuigen van warmte, verbinding, hartelijkheid, liefde. 

Als ik in een onbekende straat ben waar ik de bus routes niet ken vraag ik hulp aan een man die ook staat te wachten. We nemen dezelfde ‘shared taxi’ en hebben een gesprekje. Hij blijkt uit Nigeria te komen en geeft mij zijn kaartje. Ik besluit de mijne niet te geven vanwege allerlei scenario’s in mijn hoofd wat hij met mijn nummer of email adres zou kunnen doen. Het deert hem niet. Sterker nog hij betaalt mijn ritje met de taxi. 

De compound van Tamsir ligt ongeveer een kilometer van de weg af waar de bus stopt. Op weer een andere dag kom ik Mustapha, de 2de zoon van Tamsir, tegen net als ik de bus uitstap. Hij is onderweg naar een sollicitatiegesprek voor een stage. We praten even. Door de wind zijn mijn haren op mijn mond geplakt. Hij veegt ze voor mij uit mijn gezicht.

Het lijkt of ik de hele week in de bus heb gezeten als ik dit schrijf. Dat is overdreven en het waren inderdaad best wat uurtjes. Op donderdag na de gesprekken met alle deelnemers van WFP besluit in een stukje te lopen. Goed voor mijn heup en ontspanning. Ineens hoor ik mijn naam roepen, collega’s van Tamsir die me een lift aanbieden. Ik heb ze twee keer in de gang ontmoet en dan hoor ik erbij voor hen.

Twee bussen verder kan ik voorin zitten, een stuk comfortabeler dan op een achterbank. Ik zit naast een wat oudere man. We komen in gesprek met elkaar over de hulpvaardigheid van Gambianen. Hij vindt dat het veel minder is dan vroeger. Ik vind het nog steeds heel veel. Hij handelt in goud. Okay, kan ook… Hij laat foto’s zien van gouddelving in een land ten zuiden van Gambia. Als de ‘apprentice’ vraagt om ‘pass’ oftewel als er betaalt moet worden, betaalt hij voor mij. Hij houdt de traditie in ere.

Op zaterdagochtend, op de dag van mijn vertrek, ga ik samen met Haddy en Isatou, de twee vrouwen van Tamsir, naar de markt. Dit keer is Ansumana de jarige, hij is de 3de zoon van Tamsir en wordt 20. De trend is gezet dus op naar de bakker voor een verjaardagstaart. Met zijn drieën lopen we naar de weg om de bus te nemen. Dat hebben we geloof ik nog nooit eerder gedaan. Ergens halverwege pakt Isatou mijn hand en dan lopen we ineens als 3 meisjes, hand in hand met de armen te slingeren. En de Coop tas bewijst weer zijn diensten.

De Wijsheid van de Minderheid

Opnieuw naar Palestina. Een goede vriend belt me terwijl ik daar ben, ik app hem dat ik in Palestina ben. Zijn reactie: mooi dat je het Palestina noemt. Het valt me namelijk op dat je de naam van dat land zelden hoort in de media. Alsof het niet bestaat. 

Zo denken veel mensen, zelfs officieel veel landen. Ontkennen van een minderheid. Pijnlijk… en ik wist er ook niet zoveel over voordat ik de kans kreeg om er te werken. Als je er meer over wilt zien en horen kijk dan terug naar de documentaire ‘Natascha’s beloofde land’. Verhalen vanuit allerlei redelijk uiterste perspectieven in Palestina en Israël. 

En zoals ik de vorige keer al schreef is er ook het gewone leven met mensen die hard werken, het beste willen voor hun land en landgenoten. 

Dit keer mocht ik een workshop faciliteren met alle betrokken organisaties in een project met als doel integratie van blinden en slechtziende jeugd in de gemeenschap, op school en in werk. De internationale afdeling van Visio is samen met een lokaal revalidatieziekenhuis de aanjager van dit project. Verder zijn er veel overheidsafdelingen bij betrokken, een speciale school voor blinden en slechtzienden en een universiteit. Het project loopt nu twee jaar en er is al veel bereikt om met name het onderwijs van deze kinderen te verbeteren en zoveel mogelijk in mainstream scholen plaats te laten vinden. 

En natuurlijk gaat niet alles goed, kan er van alles beter. Naast het vieren van de successen ging daar de workshop over. Vooraf had ik al kennis gemaakt met een aantal betrokkenen. Iedereen heeft vanuit zijn/haar eigen perspectief een standpunt ingenomen over hoe het anders zou moeten. En die standpunten lijken aardig vast te staan.

Hoe nu een manier te creëren dat ze meer en open naar elkaar luisteren? Het concept van ‘De wijsheid van de minderheid’ leek me daar een goede optie voor. Ik vond het best spannend om dat te doen omdat ik er pas vorige maand iets over ‘geleerd’ heb in een workshop met collega’s van het Radboud. 

Vanaf het begin van de workshop liepen deelnemers in en uit om hun telefoon op te nemen. Ik werd er onrustig van en zag aan de gezichten van een paar deelnemers dat zij er ook niet blij mee waren. Bedacht me al snel dat het ‘telefoongedrag’ een mooi hulpmiddel kon zijn om het concept uit te leggen. Dat betekende wel dat ik me een uur moest verbijten tot het moment dat het handig was om het aan de orde te stellen. Het bleek inderdaad dat ik niet de enige was die zich stoorde. Na alle opties te hebben geïnventariseerd hoe om te gaan met de telefoon, een paar stemrondes en het aanvullen van het meerderheidsbesluit met minderheids-ideeën hadden we een unaniem besluit. Vanaf dat moment was de ergernis weg, was er minder in en uit geloop en begrip voor elkaar. 

Het mooiste ervan was dat iedereen helemaal enthousiast was over het concept. In de discussies daarna over de verschillende issues uit het project hebben we het steeds weer toegepast. Het kostte tijd, maar aan het einde van de tweede dag lag er voor 11 essentiële issues een besluit dat door alle aanwezigen gedragen werd. 

Bij de evaluatie zei iemand ‘dit kan ik thuis ook toepassen’. Ik durfde het niet te zeggen maar zou het ook kunnen werken in het Israël-Palestina conflict……

Noot: de Wijsheid van de Minderheid hoort bij Deep Democracy, een concept ontwikkeld in Zuid-Afrika