Pressure cooker moeder

In plaats van dat ik naar Gambia ben geweest was Gambia 2 maanden bij mij. In de vorm van Sosseh Cham, de oudste zoon van mijn goede vriend en broer Tamsir.

Sosseh doet zijn masters Bedrijfskunde in Rome en af en toe hadden we contact via WhatsApp. Op een dag belt hij mij dat hij een Erasmus beurs kan krijgen, dat betekent een half jaar in een andere Europese stad studeren. De Radboud universiteit staat ook op het lijstje. Ik had inmiddels via zijn vader begrepen dat hij heel krap bij kas zit en een half jaar in Nijmegen studeren en bij mij logeren zou veel geld schelen. Daarnaast logeer ik al jaren regelmatig bij de familie Cham, mijn familie in Gambia. Mijn voorstel: kies maar voor het Radboud en je kunt bij mij wonen.

Een week later blijkt dat de plaatsen in Nijmegen al vergeven zijn en Sosseh kiest voor Berlijn. Dan belt hij weer en ik kan nu niet meer na vertellen hoe het idee ontstond, ineens was het er. Hij komt 2 maanden in de zomer bij mij logeren en gaat hier werken om geld te verdienen voor zijn tweede studiejaar.

Met Pinksteren is hij een weekend bij mij voor een al eerder gepland gezelligheidsbezoekje. De eerste dag vertelt hij hoe hij elke dag gediscrimineerd wordt in Rome, van hoe weinig geld hij leeft en dat hij een bed deelt met een Ghanese student in de hal achter een gordijn van een klein appartement waar nog 2 andere Ghanese studenten wonen. Ik lig er een nacht van wakker. Is dit Europa? Is dit 2019? Wat kan ik doen?

En daarmee is mijn gevoel van verantwoordelijkheid voor hem geboren. Uitzoeken wat voor werk hij hier mag/kan doen. Na wat telefoontjes met de belastingdienst en de IDN is er een officieel antwoord: hij mag niet werken in Nederland, ook mag hij dat wel in Italië. Hoezo Schengen? Dan plan B: klusjes doen bij vrienden en bekenden. Samen maken we een mail aan hen en al gauw komt er allerlei werk los. So far so good.

Begin juli komt Sosseh naar Nederland. Tussen mijn werk in het buitenland en vakantie door doe ik een introductierondje met hem zodat hij weet waar hij naar toe moet voor zijn klussen. En hij gaat natuurlijk mee naar familiefeestjes en visites. Na zo’n bezoekje bij mijn broer zegt hij tegen Carel en mij: jullie vertellen echt alles aan elkaar he! Totale verbazing bij hem. We hebben het erover, hoe fijn het is om zorgen en de goede dingen te delen, hoe dat kan helpen voor jezelf en voor anderen. Ik vraag hem of er iets is waar hij mee zit en wat hij nog nooit heeft gedeeld. 

En dan is het of er een bom barst, of een zware last naar buiten mag komen. Hij vertelt hoe verantwoordelijk hij zich voelt voor zijn familie. Omdat hij de oudste is. Omdat zijn vader een beroep op hem heeft gedaan toen hij heel erg ziek was. Door zijn bankboekje aan hem te overhandigen en te vragen of hij voor de familie kan zorgen. Een familie van 9 directe familieleden en nog veel meer mensen die ook afhankelijk zijn van deze familie. Een bankboekje met nog geen €2000 er op. Genoeg voor hooguit 3 maanden leven. 

Zijn vader heeft de TBC overleefd, de last op de schouders van Sosseh is gebleven. Hij voelt hoe de anderen naar hem op kijken, van hem verwachten dat hij het gaat maken in het leven. En daarom moet die studie lukken. En hij is de energie er voor ergens in Rome kwijtgeraakt. Ineens zit daar een jongen van 27 die het allemaal niet meer weet, huilend, bang om te falen en teleurgesteld in zichzelf.

Wat te doen? Ik wil het graag voor hem oplossen, weet dat ik dat niet kan en voel me nog meer verantwoordelijk voor het halen van het budget dat we hebben gesteld (dus nog meer klussen zoeken), voor het halen van de twee examens die hij nog moet doen, voor zijn plezier hier in Nijmegen (dat hij maar niet gediscrimineerd wordt zoals in Rome), voor het regelen van zijn verblijfspermit en studiebeurs, voor het vinden van een kamer in Berlijn…. Ik ga me gedragen als een overbezorgde bemoeizieke moeder. Ik voel dat dat niet klopt en ik kan het niet laten.

Er gebeurt van alles in de weken dat hij in Nijmegen is. Ik kan er een heel boek over schrijven. En vanuit deze situatie leer ik veel, vooral over mijzelf. Hoe drammerig ik kan zijn, hoe graag ik wil dat een ander het doet zoals ik het bedacht heb, hoe gehecht ik ben aan de Nederlandse cultuur, hoe anders de Gambiaanse cultuur is, hoe veel ik gesteld ben op mijn huis als mijn privédomein, hoeveel energie ik heb om mijn doelen te halen, dat ik veel meer moeder gedrag en gevoel heb dan ik had kunnen denken. Dat soort dingen.

En ik weet ook dat ik niet verantwoordelijk kan zijn voor zijn geluk, dat ik met dit gedrag het omgekeerde bereik.

Op een avond gaan we samen naar de sportschool en daarna een ijsje eten. Het is net voor sluitingstijd en er staat een rij. Voor ons staat een echtpaar waarvan de man in een jolige, aardige bui Sosseh aanspreekt met ‘hi motherfucker’. Ik hoor aan de toon dat hij daar niets verkeerds mee bedoelt, zo’n type die dat tegen iedereen zegt. Bij Sosseh komt het totaal anders binnen. Vanuit zijn innerlijke worsteling die toen op zijn hevigst was wordt hij boos, zonder dat hij het laat zien. De man komt bij ons zitten en vraagt of hij in het AZC woont tegenover de ijssalon. Sosseh zegt ja. Ik denk wat zegt hij nu!? Ze praten wat door en ik wacht op het moment dat Sosseh zegt, “nee joh ik woon bij Annet”. Dat doet hij niet. Ik zeg niets omdat we hadden afgesproken dat ik me niet meer zou bemoeien met wat hij doet. Aan de oppervlakte hebben ze een aardig gesprek. Sosseh uit dat hij het geen stijl vond dat hij dat woord gebruikte en geeft hem wel zijn nummer om nog een keer iets af te spreken. De man wil hem graag helpen, met bijvoorbeeld de Nederlandse taal.

Op de fiets naar huis vraag ik Sosseh waar dit over ging, iets vertellen wat niet waar is en dat volhouden. Hij vertelt dat hij boos was op die man, dat hij diep geraakt is, dat hij nu eens niet die aardige jongen wilde zijn die hij altijd is. En dan word ik boos, geïrriteerd over zijn gedrag, dat hij een spelletje speelt en niet trouw is aan waar hij normaal voor staat. Thuis gooi ik dat er allemaal uit en nog veel meer. Dat ik op mijn tenen loop om het hem naar zijn zin te maken, dat ik me erger aan zijn passieve gedrag (lang uitslapen, te laat komen, niet studeren en daar over liegen, zichzelf verloochenen). Zoals dat bij mij gaat komen daar aardig wat emoties mee naar buiten. Hij schrikt ervan. 

Dit is wat we allebei niet willen. We hebben vervolgens een diepgaand fijn gesprek. Het klaart de lucht. De verantwoordelijkheden komen weer op de juiste plaats te liggen. En dat is voelbaar in de 2 weken die we daarna nog ‘samenwonen’. We hebben lol in de keuken als we samen koken, hij maakt zijn beslissingen over zijn examens en Berlijn. Ik blijf zijn accountant maar op een praktisch niveau zonder vragen en meningen over zijn inkomsten en uitgaven. En ik mag gewoon vragen hoe het met zijn studeren gaat, zonder lading. We zijn een geolied team geworden. Alles is oké. 

Op de avond voor zijn vertrek houden we een ‘thanksgiving’ avond voor alle mensen waar hij gewerkt heeft en voor mijn familie en vriendinnen die ook op allerlei manieren bijgedragen hebben aan zijn verblijf hier en straks in Berlijn. Sosseh houdt een hele bijzondere speech, vanuit zijn hart bedankt hij mij en ik kon het helemaal ontvangen. 

De volgende dag is hij met vertrouwen in zichzelf en in de toekomst teruggegaan naar Rome. Zijn examens heeft hij niet gehaald, zonder teleurstelling van wie dan ook. Wel heeft hij alles kunnen regelen voor zijn permit en beurs. In Berlijn heeft hij binnen een week een woonplek gevonden, zijn kunst van verbinden en communiceren zullen er altijd zijn, hij is er mee geboren en kan ze inmiddels ook zelf waarderen.

Ik mocht even zijn moeder zijn en heb in een notendop ondergaan wat andere moeders mee maken. Ik ben hem daar oneindig dankbaar voor.

ijsje eten….
aan de studie
Thanksgiving, luisterend naar de speech
de speech

Puur!

Voor de 3de keer naar Palestina. Met een grote kans dat ik de eerste 6 dagen niet meer zie dan het hotel en de ruimte waar we de training gaan geven. De training gaat over het geven van trainingen. En ‘we’ is iemand die opgeleid en expert is in training geven en ik. De groep waar we dat mee gaan doen zijn 16 vrouwen en mannen, onderwijzers, supervisors en revalidatie medewerkers die werken met blinde en slechtziende kinderen op vooral reguliere scholen, oftewel inclusief onderwijs.

Hier wat momenten uit en om de training.

Ik heb de deelnemers al eerder ontmoet. Tijdens een intervisie training en een intake interview voor deze training. Ze zijn allemaal trots om lid te zijn van het ‘National Core Team’ van het JUSUR programma; Zij gaan de expertise over het werken met blinden en slechtziende kinderen doorgeven aan hun collega’s. Na twee dagen training komen we erachter dat nog niet voor iedereen duidelijk is dat dit hun rol wordt. Als ik dit typ, klinkt het wel heel erg gek dat we er twee dagen over deden om daarachter te komen. Dat heeft alles te maken met taal en cultuur. Een groot deel van deelnemers spreekt geen of slecht Engels en dus is er de hele dag een vertaalster bij. Deze vertaalster vertaalt ieder woord letterlijk, een soort google translate, van Arabisch naar Engels. En dan gaat er het een en ander verloren. Gelukkig waren er wat actieve, wel goed Engelssprekende deelnemers die ons er op wezen. Op dag 3 hebben we twee stappen achteruitgezet, om er vervolgens weer 5 vooruit te kunnen zetten (blijkt later).

In de loop van die eerste dagen kom ik er steeds meer achter dat ik niet de trainer pur sang ben die voor deze training nodig lijkt. Gelukkig is mijn collega dat wel. En ook zij heeft wat (Nederlandse) werkwijzen los te laten om aan te sluiten bij de behoefte van de groep. We hebben daar onderzoekende en inzicht gevende gesprekken met elkaar over. En komen erachter dat we allebei een soort van patroon hebben van vergelijken met de ander, zij met de gedachte: ‘o jee zij doet het veel beter dan ik’, en ik met de gedachte: ‘ik doe het niet goed genoeg’. Twee zwepen die niet echt behulpzaam zijn. Fijn dat we het er over konden hebben en tot de conclusie kwamen dat we elkaar prachtig aanvullen. Degelijke ondergrond voor de inhoud: hoe kan een training effectief zijn, gecombineerd met het proces van reflecteren op wat er op persoonlijk vlak in de weg staat of juist handig is. Aan het eind van de week wisselden we zowaar regelmatig van rol. Mooie leercurve voor ons zelf! 

De deelnemers hebben allemaal iets wat op de achtergrond speelt wat ze voor deze week achter zich willen laten. Ze delen dat op de eerste dag. Het gaat over een zoon die net een zware operatie heeft gehad, een dochter die haar thesis voor haar promotie moet verdedigen in Spanje, een baby die nog borstvoeding nodig heeft, stress omdat in het onderwijs iedereen maar 60% van hun salaris krijgt vanwege de economische crisis, wachten op de goedkeuring van een visum om naar Europa te reizen, een masteropleiding beginnen tijdens deze training, niet bij de voorstelling kunnen zijn waar de rest van de familie een rol in speelt. Voor mij speelt dat Sosseh midden in deze week weer komt logeren en nu zonder mij de weg naar en van huis moet vinden. 

Op de laatste dag beginnen we weer met deze vraag, en dan net iets anders: wat wil je hier achter laten, waar wil je mee stoppen? Prachtig hoe iedereen dan zichzelf laat zien: ‘stoppen met mezelf afkeuren’, ‘onzekerheid loslaten’, ‘geen zorgen meer maken over morgen’, ‘perfect willen zijn laten’, ‘stoppen met negatieve gedachten’, ‘ophouden met oordelen, vooral over mezelf’. Eén vrouw zegt ‘ik zou wel willen stoppen met zorgen maken over mijn kinderen, dat gaat me niet lukken dus dat ga ik hier ook niet zeggen’.

Iedereen heeft het op een briefje gezet, na het uitspreken worden die briefjes met veel energie en vertrouwen doorgescheurd en in de prullenbak gegooid. Dat die dingen ook maar daar blijven!

In de dagen tussen die twee vragen in is iedereen hard aan het werk. Dat is ook voelbaar voor de mensen van het ministerie van onderwijs. Ook die mensen heb ik al eerder ontmoet. Toen, in november en januari, was er veel weerstand op het project. Nu is de energie heel anders. Ze komen iedere dag een keer kijken, zijn blij met wat ze zien, maken veel contact met de deelnemers en doen op de laatste dag spontaan en enthousiast mee aan de laatste energizer. Eén van hen wilde ook wel een energizer in brengen. Het maakte mij extra blij, het vergroot de duurzaamheid van het project. Het ministerie is tenslotte de drijvende kracht achter inclusief onderwijs. Dan helpt het als ze zelf zien en voelen dat het kan en dat ze daar goede mensen voor in huis hebben. 

En er zijn er nog veel van die mooie grote kleine momenten. Hier een paar daarvan:

Lobna die haar hoofddoek af doet als ik even bij haar in de hotelkamer ben. Ze lijkt ineens zoveel jonger!

Abeer die enorme verliefdheid uitstraalt als ze over haar man, waar ze al 17 jaar mee is, praat en vol trots zijn foto laat zien.

De receptionist die iedere dag voor ons de vertaling checkt van aangepaste documenten, gewoon uit aardigheid.

Het bezoek aan een museum van een beroemde Palestijnse dichter, hoe mooi tekst en beeld samen kunst zijn.

Yasser die ineens weg is (zijn visum was er en vertrok direct) zonder gedag te zeggen en dan toch nog even belt om dat alsnog te doen.

Een lesje over Palestina… niet de Westbank en Gaza zijn Palestina maar het hele gebied dat wij Israël noemen is Palestina!

En niet te vergeten iedere dag beginnen op de loopband in de gym van het hotel, samen met mijn collega. Mijn fysio oefeningen doen en fit de dag beginnen.

Na de training heb ik nog een dag in Bethlehem. Eindelijk zie ik dé plaats waar Jezus is geboren en het veld waar de herders ‘lagen’. Ik had gehoopt op iets sereens, met eenvoud en puurheid. Het waren een soort attracties, voetje voor voetje schuifelend door een kerk naar de precieze plek van geboorte, samen met door vele bussen aangevoerde toeristen. Hoe dan ook, het kan van mijn ‘lijstje’.

Gelukkig hebben de vrouwen en mannen in de training al heel veel puurheid gedeeld. En sereniteit kan ik gewoon bij mezelf zoeken en vinden. Innerlijke vrede, wat er ook maar buiten mij gebeurt, dat is en blijft mijn levensdoel.

Let the beauty of what you love, be what you do

Fass, north bank of the Gambia, 7 Nederlanders, 8 Gambianen, Dave en ik, een leiderschapsprogramma….. Vooraf altijd spannend of ‘the magic will happen’. Op vrijdag bij het afscheid spatte de magic er vanaf. Zo ontzettend gaaf om te zien! Vijf dagen samen werken, leven en leren in omstandigheden die voor iedereen nieuw waren, ook voor de Gambianen.

Op maandag ontmoetten we elkaar vlakbij de ‘Arch’ in de hoofdstad Banjul. Vervolgens moesten we ongeveer 2 uur wachten op de pont. Middenin in de Gambiaanse cultuur van verkopende vrouwen, vrachten bagage op hoofden en karretjes, voordringen van auto’s en als groep nog onwennig met elkaar. Een kennismakingsdiner in klein groepjes was een eerste stapje in de verbinding.

De tweede dag was een totale Gambia-onderdompeling: welkom op de school door de belangrijke mannen en vrouwen van het dorp en de school, een deel van een training van Buzz meemaken met 35 vrouwen die een kleine business hebben, een meeting met de Food Management Committee van de school die de schoolmaaltijden organiseert en als klapper op de vuurpijl een avond en nacht op bezoek bij een lokale familie. Iedereen kwam anders terug: lid geworden van een familie, vol verhalen over dierengeluiden in de nacht, het lekkere eten, vroeg wakker van de moskee, een nieuwe naam en vooral overweldigd door de gastvrijheid.

Het ontbijt tijdens zo’n week is ook een reflectiesessie, voor Nederlanders en Gambianen apart. Een onderdeel daarvan is dat iemand een spreuk kiest ter inspiratie. Sulayman kiest ‘Let the beauty of what you love, be what you do’ (van Rumi). Hij vertelt over hoe hij in zijn werk voor mensen zorgt, in het verleden als vroedvrouw door vele levens van vrouwen en kinderen te redden, nu als coördinator voor de schoolmaaltijden voor alle scholen in 5 regio’s van Gambia. Tijdens de coaching kwam hij erachter dat hij dat op grotere schaal zou willen doen, maar dat zijn verlegenheid hem in de weg zit. We hebben het er over waar dat vandaan kwam en hoe hij daar anders mee om kan gaan. De volgende dag zegt hij: I really made a mindshift. Een afspraak met de directeur zit in de lucht! 

Ik realiseer me nu, al schrijvend, dat die spreuk voor veel mensen in het programma, Nederlandse en Gambiaanse, van toepassing is. Wanneer stroomt het, waar krijg ik energie van, waar ga ik van huppelen en durf ik dat ook, en wie ben ik in de kern? Dat soort vragen komen omhoog. En bij iedere stap in het programma vallen er kwartjes. Tijdens gesprekken, in het samenwerken, door intuïtief vragen te beantwoorden en zelfs (of misschien vooral) door los te gaan bij het dansen. 

Het mooie van dit programma is dat ik net zo veel leer als de deelnemers. Die spreuk is ook voor mij: doe ik waar ik van hou? Een dik jaar geleden ben ik daar intensief mee bezig geweest. En door deze spreuk merk ik dat ik weer volmondig JA kan zeggen. Verbindingen zien ontstaan, tussen mensen en in mensen met zichzelf, dat is the beauty of what I love. En in deze week zag ik ook nog dat ik dat met humor en lichtheid, in alle eenvoud kan laten gebeuren. Genieten van de dingen die anders gaan dan verwacht. Lachen om gedrag van mezelf en van anderen waar ik me eerder aan ergerde. Vol meedoen met het dansen. Besmet worden door de hartelijkheid van Gambianen. Slecht slapen en toch volop energie hebben van 7 uur ’s morgens tot 11 uur ’s avonds. In liefde met mezelf zijn en daardoor de liefde in anderen zien en andersom.

Niels die ziet waar hij trots op mag zijn en dat nog veel meer kan doen, Freek die het gevoel van huppelen terug vindt, Roos die ontdekt wat maakt dat ze zo streng is naar zichzelf en het los laat, Fatou die haar mening durft te geven in een groep, Rinske die zich vol laat zien en er twee Gambiaanse sisters bij heeft voor de rest van haar leven, Maria die ontvangen in haar geven gaat ontdekken, andere Fatou die haar innerlijke vrede steeds meer voelt, Maud die haar verlangen naar genegenheid omarmt. En Tamsir die zich realiseert dat tijd nemen om even stil te staan en te reflecteren hem veel brengt. Net zoals Sulayman gaan zij meer/weer the beauty en love voelen van wat ze doen. En ik mocht daar, samen met Dave, een steentje aan bijdragen. Ik heb genoten en ga vol dankbaarheid en vreugde naar huis, realiserend dat I love what I do.

(de namen van de NLse deelnemers zijn aangepast)

Kleine grote gebaren

Eindelijk weer een keer naar Gambia. Ik zou in november al gegaan zijn, maar op krukken en met een herstellende gebroken heup leek me dat niet handig.

Nu ga ik een leiderschapsprogramma voorbereiden dat al over 2 weken plaats gaat vinden. Dan mag ik dus weer!

Het was zo als altijd een feestje, ook omdat ik logeerde bij de familie Cham, mijn familie Cham. Het weekend was lekker rustig. Kwartetten met de kinderen en bijpraten met Tamsir, Haddy en andere vrienden in de buurt.

En toen was het maandag, aan het werk! Aan het einde van de dag leek die een week geduurd te hebben en had ik in 12 verschillende ‘vehicles’ gezeten. Ik ging op pad met een grote Coop tas met twee gloednieuwe laptops erin voor Buzz Gambia (http://buzzwomen.org). Twee keer overstappen om bij het kantoor te komen en een stukje teruglopen omdat ik te laat uit stap. Abdoulai, de chauffeur kom met de nieuwe Buzz bus me tegemoet. Het kantoor is op de 3deverdieping. In Gambia zijn treden van een trap vaak ongelijk van hoogte, ik struikel bijna. Abdoulai pakt mijn hand. Ik voel me als een klein kind bij papa aan de hand. Zo lief die zorgzaamheid. Een paar dagen later zegt hij, ‘you are the first I met from the Dutch office, you will be always my friend for that’. 

Samen met Fatou, de vrouw die Buzz Gambia leidt, ga ik een Buzz training mee maken. 30 vrouwen zitten onder een boom bij het huis van een man die de vrouwen een warm hart toe draagt. Het is hun tweede trainingsdag. Alle vrouwen hebben hun kosten op een rij gezet om zich bewust te worden waar hun verdiende geld naar toe gaat en om een keuze te maken waar ze het aan willen besteden. Een van de vrouwen vertelt dat ze 40 dalasis (ongeveer 80 eurocent) per dag uitgaf aan ataya. Chinese thee met veel suiker die vooral gedronken wordt als een soort ‘luxe’ vrijetijdsbesteding. Ze heeft besloten daar mee op te houden en het geld te sparen. En zo delen nog een aantal vrouwen hun beslissingen om dingen anders te gaan doen.

Helaas moet ik iets eerder weg voor mijn afspraak bij World Food Program (WFP) een organisatie die valt onder de Verenigde Naties. Boeiende gesprekken met de directeur, adjunct-directeur, Tamsir die daar sinds 3 jaar werkt en één van zijn collega’s. Het is een soort estafette gesprek waar steeds iemand bij weg gaat en een ander komt. En het levert precies op wat ik wilde: deelnemers voor het programma over 2 weken, planning voor de rest van de week om het dorp te bezoeken waar we het programma gaan doen en ontmoetingen met alle deelnemers en de logistieke mevrouw. Met een voldaan gevoel vertrek ik daar en trakteer mezelf op een lunch bij een typisch toeristisch terras. Als ik bij vertrek vraag hoe ik het gemakkelijkste een bus kan vinden terug, biedt de vrouw die net mijn lunch heeft gemaakt aan om mij mee te nemen. Zij moet toch dezelfde kant op. Als ik vertel dat ik een verjaardagstaart wil kopen, weet zij wel waar dat kan. En zo ben ik ineens op pad met een hardwerkende moeder van een 2-jarige, vol energie en hartelijkheid. Ze gaat mee naar de bakker en is mijn maatje van de ene bus naar de andere. We komen in de spits te terecht. Dat betekent dat het zo druk is dat we ons zo ongeveer in de bus moeten vechten, met een mooi opgespoten verjaardagstaart in de grote Coop tas die ik toch bij me had voor die laptops…. En zoals ik al schreef kom ik na 12 verschillende vehicles waaronder een ware tuktuk, thuis. Met een prachtige taart die nog helemaal intact is, voor Sainabou die 18 is geworden die dag.

In de loop van de week zijn er meer van die momenten waarin mensen kleine dingen voor mij doen die getuigen van warmte, verbinding, hartelijkheid, liefde. 

Als ik in een onbekende straat ben waar ik de bus routes niet ken vraag ik hulp aan een man die ook staat te wachten. We nemen dezelfde ‘shared taxi’ en hebben een gesprekje. Hij blijkt uit Nigeria te komen en geeft mij zijn kaartje. Ik besluit de mijne niet te geven vanwege allerlei scenario’s in mijn hoofd wat hij met mijn nummer of email adres zou kunnen doen. Het deert hem niet. Sterker nog hij betaalt mijn ritje met de taxi. 

De compound van Tamsir ligt ongeveer een kilometer van de weg af waar de bus stopt. Op weer een andere dag kom ik Mustapha, de 2de zoon van Tamsir, tegen net als ik de bus uitstap. Hij is onderweg naar een sollicitatiegesprek voor een stage. We praten even. Door de wind zijn mijn haren op mijn mond geplakt. Hij veegt ze voor mij uit mijn gezicht.

Het lijkt of ik de hele week in de bus heb gezeten als ik dit schrijf. Dat is overdreven en het waren inderdaad best wat uurtjes. Op donderdag na de gesprekken met alle deelnemers van WFP besluit in een stukje te lopen. Goed voor mijn heup en ontspanning. Ineens hoor ik mijn naam roepen, collega’s van Tamsir die me een lift aanbieden. Ik heb ze twee keer in de gang ontmoet en dan hoor ik erbij voor hen.

Twee bussen verder kan ik voorin zitten, een stuk comfortabeler dan op een achterbank. Ik zit naast een wat oudere man. We komen in gesprek met elkaar over de hulpvaardigheid van Gambianen. Hij vindt dat het veel minder is dan vroeger. Ik vind het nog steeds heel veel. Hij handelt in goud. Okay, kan ook… Hij laat foto’s zien van gouddelving in een land ten zuiden van Gambia. Als de ‘apprentice’ vraagt om ‘pass’ oftewel als er betaalt moet worden, betaalt hij voor mij. Hij houdt de traditie in ere.

Op zaterdagochtend, op de dag van mijn vertrek, ga ik samen met Haddy en Isatou, de twee vrouwen van Tamsir, naar de markt. Dit keer is Ansumana de jarige, hij is de 3de zoon van Tamsir en wordt 20. De trend is gezet dus op naar de bakker voor een verjaardagstaart. Met zijn drieën lopen we naar de weg om de bus te nemen. Dat hebben we geloof ik nog nooit eerder gedaan. Ergens halverwege pakt Isatou mijn hand en dan lopen we ineens als 3 meisjes, hand in hand met de armen te slingeren. En de Coop tas bewijst weer zijn diensten.

De Wijsheid van de Minderheid

Opnieuw naar Palestina. Een goede vriend belt me terwijl ik daar ben, ik app hem dat ik in Palestina ben. Zijn reactie: mooi dat je het Palestina noemt. Het valt me namelijk op dat je de naam van dat land zelden hoort in de media. Alsof het niet bestaat. 

Zo denken veel mensen, zelfs officieel veel landen. Ontkennen van een minderheid. Pijnlijk… en ik wist er ook niet zoveel over voordat ik de kans kreeg om er te werken. Als je er meer over wilt zien en horen kijk dan terug naar de documentaire ‘Natascha’s beloofde land’. Verhalen vanuit allerlei redelijk uiterste perspectieven in Palestina en Israël. 

En zoals ik de vorige keer al schreef is er ook het gewone leven met mensen die hard werken, het beste willen voor hun land en landgenoten. 

Dit keer mocht ik een workshop faciliteren met alle betrokken organisaties in een project met als doel integratie van blinden en slechtziende jeugd in de gemeenschap, op school en in werk. De internationale afdeling van Visio is samen met een lokaal revalidatieziekenhuis de aanjager van dit project. Verder zijn er veel overheidsafdelingen bij betrokken, een speciale school voor blinden en slechtzienden en een universiteit. Het project loopt nu twee jaar en er is al veel bereikt om met name het onderwijs van deze kinderen te verbeteren en zoveel mogelijk in mainstream scholen plaats te laten vinden. 

En natuurlijk gaat niet alles goed, kan er van alles beter. Naast het vieren van de successen ging daar de workshop over. Vooraf had ik al kennis gemaakt met een aantal betrokkenen. Iedereen heeft vanuit zijn/haar eigen perspectief een standpunt ingenomen over hoe het anders zou moeten. En die standpunten lijken aardig vast te staan.

Hoe nu een manier te creëren dat ze meer en open naar elkaar luisteren? Het concept van ‘De wijsheid van de minderheid’ leek me daar een goede optie voor. Ik vond het best spannend om dat te doen omdat ik er pas vorige maand iets over ‘geleerd’ heb in een workshop met collega’s van het Radboud. 

Vanaf het begin van de workshop liepen deelnemers in en uit om hun telefoon op te nemen. Ik werd er onrustig van en zag aan de gezichten van een paar deelnemers dat zij er ook niet blij mee waren. Bedacht me al snel dat het ‘telefoongedrag’ een mooi hulpmiddel kon zijn om het concept uit te leggen. Dat betekende wel dat ik me een uur moest verbijten tot het moment dat het handig was om het aan de orde te stellen. Het bleek inderdaad dat ik niet de enige was die zich stoorde. Na alle opties te hebben geïnventariseerd hoe om te gaan met de telefoon, een paar stemrondes en het aanvullen van het meerderheidsbesluit met minderheids-ideeën hadden we een unaniem besluit. Vanaf dat moment was de ergernis weg, was er minder in en uit geloop en begrip voor elkaar. 

Het mooiste ervan was dat iedereen helemaal enthousiast was over het concept. In de discussies daarna over de verschillende issues uit het project hebben we het steeds weer toegepast. Het kostte tijd, maar aan het einde van de tweede dag lag er voor 11 essentiële issues een besluit dat door alle aanwezigen gedragen werd. 

Bij de evaluatie zei iemand ‘dit kan ik thuis ook toepassen’. Ik durfde het niet te zeggen maar zou het ook kunnen werken in het Israël-Palestina conflict……

Noot: de Wijsheid van de Minderheid hoort bij Deep Democracy, een concept ontwikkeld in Zuid-Afrika

Oordeelloos!??

Een opdracht in Palestina! Toen ik ervoor gevraagd werd door Petra van Visio International was ik meteen enthousiast en vooral heel benieuwd. Benieuwd hoe het leven en werken daar is. Bijna had mijn gebroken heup roet in het eten gegooid. Op de dag van vertrek had mijn bot 5,5 week de tijd gehad om te helen. Met één kruk, ondersteuning van Carel, een karretje op de vliegvelden en hele aardige collega’s kan het gewoon doorgaan.

De eerste ongebruikelijke situatie: wat ga ik zeggen bij de douane in Tel Aviv? ‘Visiting the holyland’ of gewoon waar ik echt voor kwam en dan misschien heel veel vragen en checks ga krijgen? Belangrijkste tip: houd het zo kort mogelijk en lieg niet. Dus het werd ‘visiting friends in Bethlehem’. Ik had de contactpersoon ten slotte al een paar jaren geleden een hele week in een training in Nederland gehad.

Onderweg van Tel Aviv naar Ramallah passeren we een checkpoint om van Israël Palestina in te gaan.  Het was donker dus allemaal niet zo goed te zien. Na een afslag van de snelweg slaan we linksaf, een klein straatje leek het met hoge hekwerken eromheen. Alsof we de ingang van een gevangenis in gaan. En dat was eigenlijk ook zo. Achter het hek waren we meteen in een levendig dorp met een totaal andere sfeer dan aan de andere kant. Vanaf dat punt houdt de bebouwing eigenlijk niet meer op tot in Ramallah. En die stad zit vast geplakt aan Jerusalem en daarachter ligt ook Bethlehem weer tegen aan. Later begrijp ik dat het een soort politieke wedstrijd is tussen Israël en Palestina om de meeste inwoners te hebben. Israël heeft zelfs een miljoen joodse Russen uitgenodigd om naar hun land te komen om zo hun aantal hoog te houden. In de Gazastrook wonen 2 miljoen mensen in een gebied van 42 bij 12 kilometer.

De eerste dag interview ik mensen van de overheid ter voorbereiding op een workshop die in januari plaats gaat vinden. In het Rode Kruis hotel in Ramallah. Mensen die betrokken zijn bij inclusief onderwijs voor blinde en slechtziende kinderen. Voor de zekerheid was er een vertaalster bij, Arjeev. Tijdens de pauzes tussen de gesprekken in vertelt Arjeev veel over Palestina en over haar persoonlijke situatie. We hebben een klik, alsof we elkaar al jaren kennen. Ik begin een klein beetje beeld te krijgen van dit land en hoe het is om daar te leven.

Het zijn twee lagen: de politieke en gewelddadige druk waar iedereen mee te dealen heeft en het gewone, dagelijkse leven. Mensen die in Ramallah wonen mogen niet zomaar naar Israël of Jerusalem. Daar hebben ze een permit voor nodig. Als ze naar het buitenland willen reizen ze via Jordanië om de toestemming van Israël te omzeilen. Er staat een muur van 600 km lang en 8 meter hoog tussen Israël en Palestina. Aan de Palestijnse kant is de muur vol met graffiti, politieke tekeningen, Yasar Arafat levensgroot en heel vaak. Banksy heeft de muur met zijn tekeningen veelvuldig verfraaid.

In de afgelopen jaren zijn ontzettend veel Palestijnse families uit hun huis verdreven om die scheiding tussen Israël en Palestina te kunnen maken. En ieder jaar worden er Joodse nederzettingen gebouwd in het Palestijnse gebied, op de toppen van heuvels. Iedere keer weer vormen van machtsvertoon.

In Bethlehem bezoek ik met Petra een museum in het Walled Off hotel. Het staat 5 meter van de muur af. In het museum is de geschiedenis van de muur te zien en alle protesten ertegen. We lopen bedrukt naar buiten als we alle beelden, spandoeken en foto’s bekeken hebben. We gaan richting de oude stad. Ineens zijn we in straatjes waarbij het beeld van Jozef en Maria op een ezel op zoek naar een herberg helemaal past. Een paar honderd meter verder is de plek waar Jezus is geboren.

Na het eten gaan we met een taxi terug naar het guesthouse waar we verblijven. Vol trots vertelt de chauffeur dat hij in Bethlehem is geboren, vlak bij de Nativity church, de kerk bij hét kerststalletje. Hij zegt: Bethlehem is dé hoofdstad van de wereld, de hoofdstad van vrede, voor mensen met verschillende godsdiensten en met dezelfde God. Wat fijn om ook dit geluid te horen.

De volgende dag horen we dat een medewerker van het ziekenhuis waar me mee samen werken neergeschoten is bij een checkpoint. Een man van 32 met twee hele jonge kinderen en een vrouw. Een zeer geliefde collega. Later in de week komen ’s nachts 100 Israëlische soldaten naar het ziekenhuis om zijn spullen te doorzoeken. De poort blijft dicht, ze komen niet binnen. Ondertussen slapen wij en de patiënten gewoon door. Zelfs op die manier zijn er twee lagen.

De huiselijke laag gaat over gewone dingen die wij hier ook hebben. Zorgen om de kinderen, echtscheidingen, verliefdheden en verlovingen, files en het weer. En zijn er heel veel spontaan behulpzame mensen. Een man bij het checkpoint die mij in zijn auto mee neemt omdat ik niet mag lopen waar ik loop, een vrouw in de bus die me wenkt om bij haar te komen zitten. Ze is modeontwerpster geweest en op weg naar een zieke tante. Een man in de oude stad van Jerusalem die me de weg wijst na een praatje en me gedag zegt met ‘doeii’. En Arjeev die me trakteert op een etentje en me van Jerusalem naar Bethlehem brengt. Aan een aantal van die mensen vraag ik of ze niet liever weg willen uit Palestina. En dan zeggen ze, hoe moeilijk het hier ook is, het is mijn thuis en daar wil ik wonen.

Het is heel verleidelijk om een oordeel over de situatie te hebben. Ik zie en hoor de pijn en het verdriet van de Palestijnen. Het zijn zulke lieve mensen. Waarom moet dit zo?

Vanochtend, thuis in Nijmegen, stap ik voor het eerst weer op de fiets sinds mijn val half oktober. Ik ga langs bij mijn Turkse groenteboer en vertel hem over mijn reis. Ik zeg iets over die lieve Palestijnen. En hij zegt: alle mensen zijn lief, ook de Israëlische. Hij heeft zo gelijk!

Old city Jerusalem, dichtbij de Damascus gate

De muur in Ramallah, dichtbij het checkpoint om naar Jerusalem te gaan

De muur in Bethlehem

Banksy tekening op de muur in Bethlehem

Foto uit het museum

 

Kekerdom

Niet met het vliegtuig weg geweest, wel een reis gemaakt.

Twee weken geleden had ik een gesprek met een deelnemer aan een leergang en haar leidinggevende, een tussenevaluatie. Na het gesprek had ik een uur tot aan een volgende afspraak. Ik zocht een plekje in de hal waar ik even kon werken. Ik realiseerde me dat ik het een ongemakkelijk gesprek vond. Toen ik er nog wat langer op terug keek werd duidelijk dat ik niet alles had gezegd wat ik wilde zeggen. Nou gebeurt dat wel vaker maar nu realiseerde ik me dat daar angst onder lag. Bang om het te zeggen, bang voor kritiek, bang voor wat ze van mij zouden vinden.

De volgende dag bij het lezen van de Cursus in Wonderen heb ik het er over met Carel. De angst komt nog wat forser omhoog. Ik zeg tegen mezelf ‘dit heb ik echt aan te kijken’ en hardop vraag ik aan het universum ‘waar gaat dit over?’. Ik ga op een stoel zitten en ineens komt er een soort film aan me voorbij.

Ik zie mezelf lopen van de bushalte buiten het dorp naar huis. Het is ongeveer een kilometer. Het eerste stuk is een donkere weg langs boerderijen en daarna door het dorp, langs de lagere school en dan nog 2 hoeken om. Ik loop achter de lagere school langs zodat zo min mogelijk kinderen me zien. Ik ben bang voor ze. Soms roepen ze me na en gooien ze stenen.

Wij waren anders in het dorp, gingen in de stad naar school. Mijn vader vond het dorp en de school niet goed genoeg. De buurman is het hoofd van de school. Hij vindt mijn vader een kapitalist, mijn vader hem een communist. Ik zeg thuis niet dat ik bang ben om alleen door het dorp te lopen want dan komt er nog meer boosheid over de mensen in het dorp.

Terwijl die film voorbij komt realiseer ik dat ik pas 6 ben als ik daar loop en dat ik er alleen loop. Ik begrijp hoe bang ik daar was en hoeveel indruk de hele situatie op mij gemaakt heeft. Ik huil het er uit en bedenk me dat ik als ‘grote’ Annet ‘kleine’ Annet bij de hand kan nemen en haar veiligheid kan bieden. Dat maakt me rustig. Ik zie en voel dat ik die veiligheid in mijzelf heb en dat ik die nu kan inzetten als ik die angst weer voel.

Vandaag had ik een verjaardag in het natuurgebied bij mijn geboortedorp. Ik ben een half uur eerder gegaan om die route van de bushalte naar huis nog eens te lopen. Ik vraag het universum weer om hulp, ga met de intentie om mensen te ontmoeten en vraag ook of mijn vader met me mee loopt. En dan gebeuren er een paar bijzondere dingen. Als ik bij de bushalte aan kom, komt daar net de bus aan. De bus waar ik vroeger uit gestapt zou zijn. In de heerlijke september zon loop ik richting het dorp. De weg heeft een trottoir gekregen, er liggen prachtige boerderijen aan met hoge bomen. Tussen de boerderijgen zijn er stukken met uitzicht op de weilanden, waar volop licht op de weg schijnt. Ik loop de straat van de school in. Er is een grote buurttuin. Ik ben totaal verrast, hier stonden toch huizen!? Er komt een jonge man aangelopen, precies bij de school. Ik vraag hem of hij er al lang woont. Hij vertelt mij dat er 5 huizen zijn afgebroken en dat ze met de buurt samen iets moois gemaakt hebben van de open plek. Ik dacht dat daar wel 20 huizen stonden… De jongen loopt door. En dan is daar een jongetje van een jaar of 6. Hij haalt uit een kast op het veld 2 tennisrackets en een bal. Eerst heb ik het niet door, maar dan hoor ik het toch goed. Hij vraagt of ik met hem wil spelen. En daar sta ik ineens de spelen met een kind, vol plezier en spontaniteit op die plek die altijd zo beangstigend was. Als we stoppen zoek ik nog even het achteraf paadje. Daar staat een hek dus loop ik terug. Het jongetje is er nog, hij zegt tegen zijn zusje: kijk daar is die mevrouw waar ik mee getennist heb. Was heel leuk hè, zegt hij tegen mij. Ja dat was heel leuk! Een straat verder kom ik nog een mevrouw tegen die ik op de heenweg ook gezien heb. Ze zegt tegen mij, grappig we lopen precies het tegengestelde rondje!

Op de plek waar ik eens als kleuter in de brandnetels ben gevallen staan nu mooie huizen. Er is veel bij gebouwd in het dorp. ‘Ons’ huis is nog hetzelfde. Ik ben nog steeds Annet, met oude angsten die ik niet meer nodig heb, en met kracht en liefde die ik kan delen. Met anderen en met mijzelf.

Gambia delen, deel 2

Vorig jaar gingen Joppe en Loren mee, dit jaar zijn Romy en Nina aan de beurt, de dochters van mijn broer.

Vooraf had ik al bedacht dat het anders zou zijn omdat het totaal andere ‘kinderen’ zijn en ik ook vooral geen herhaling van hetzelfde programma wilde. En in Gambia zou dat niet eens lukken. Er gebeurt altijd wel weer iets onverwachts.

Zaterdag ochtend heel vroeg gaan we met de trein naar Brussel. Na 10 minuten zegt Romy iets over een ‘kots-geluid’. En ik zeg ‘nee joh, gewoon geritsel van een plastic zak’. Zij blijkt een beter gehoor te hebben dan ik. Een vrouw die waarschijnlijk iets te veel gedronken heeft… In de loop van de week zeggen we een paar keer tegen elkaar: weet je nog die vrouw, die moest overgeven? Het lijkt wel een maand geleden!

Vooraf heb ik al met aardig wat mensen een afspraak gemaakt. Aangepast op (door mij ingeschatte) interesses van beide meiden en ook wat werkachtige dingen die ik op mijn eigen lijstje had staan.

We begonnen ‘rijk’, in een lodge aan de kust, op bezoek bij Fatou die in een mooi en modern gemeubileerd huis woont. Ik aan het werk met Fatou, zij spelletjes spelen met de dochters van Fatou op de veranda. Het is erg stil daar. Ik schat in dat ze alle 4 geen grote kletsers zijn en het niet erg vlot loopt. Als we terug gaan naar het hotel zegt Romy, ‘ik zat daar wel lekker, had nog best willen blijven’. Mmm ik interpreteer het anders dan het voor hen was. Even wennen hoe het er uit ziet als zij het naar hun zin hebben.

Op maandag doen we achter elkaar een reeks bezoeken aan bekenden van mij. Fatou (van zondag) en Fatou (nieuw) van Buzz Gambia, Lamin van de National Youth Council, ChildFund kantoor waar we ongeveer 10 mensen begroeten, Sister Kaddy (kraamvisite) en een kleine reünie van Women United met de derde Fatou van die dag. Mensen met bijzondere verhalen. Daar had ik ze op ‘uitgekozen’, om de meiden kennis te laten maken met wat er aan intense, soms verdrietige, en vooral mooie dingen die gebeuren in dit land. En wat was het leukste van de dag: de kraamvisite, de baby van 2 weken oud. Grappig om opnieuw te merken dat ik mijn behoeften, interesses en voorkeuren op hen zit te projecteren.

En ondertussen hebben we het heel gezellig met z’n 3-en. De spelletjescompetitie heeft daar een mooie rol in. En tussen het kaarten door hebben we gesprekken over hun toekomst, keuzes, opvoeding, dat soort dingen.  De stelling komt op tafel dat een goede opvoeding  een opvoeding is waar je niet van hoeft te herstellen. Interessante gedachte, allerlei voorbeelden komen op, bijzonder om deze gesprekken met hen te hebben.

Na drie dagen in het hotel vertrekken we naar Bwiam. Een dorp waar de programma’s die ik begeleid meestal plaats vinden en waar ik veel mensen ken. We gaan met de bus. Die vertrekt pas als die vol is. En dat duurt meer dan een uur. Omdat we in Bwiam moeten zijn voordat de school dicht gaat waar we tekeningen uit Nederland af gaan geven, word ik wat onrustig. Er zijn nog 2 plaatsen vrij. Misschien tegen Gambiaanse gewoonten in en een tikkeltje arrogant betaal ik voor die twee extra plaatsen. Nou ja dan maar een keer voor de rijke toubab aan gezien worden.

In Bwiam zijn we net op tijd op school. Weer een verwachting van mij: dit vinden ze vast heel leuk. Maar dan blijkt dat Romy zich helemaal niet lekker voelt en ik dat niet genoeg in de gaten heb omdat ik perse op tijd wil zijn. Nina neemt de rol van cameraman bij het uitdelen van de tekeningen en geniet van alle kinderen die blij zijn met hun tekening. Met een banaan en water komt Romy voldoende bij om terug naar de lodge te lopen. Daar wacht ons een heerlijke lunch en een rustige middag. We hoeven even helemaal niets!

Tegen de avond lopen we naar de rivier. Een serene rust, geen toubab geroep, gewoon even stilte. De nacht is een soort overlevingstocht, ook voor mij; zwemmen in het zweet. Het lekkere ontbijt en de relatieve koelte buiten doen het gauw weer vergeten.

De volgende dag gaan we via de markt naar het ziekenhuis om de deelnemers van het programma in januari gedag te zeggen en te verrassen met een klein cadeautje ter herinnering aan het programma. Als we aan het einde van het rondje terug komen waar we begonnen zijn, bij Aminatah en (alweer een) Fatou hebben ze ook voor ons een cadeautje. Zo hartverwarmend om iedereen weer te zien, te horen wat het programma allemaal voor hen heeft gebracht en hoe ze twee nichtjes die ze niet eerder zagen meteen in hun hart sluiten.

Omdat bijna niemand Romy kan uitspreken krijgen de nichtjes ieder een Gambiaanse naam: Oumie en Neneh. En wanneer het precies gebeurde weet ik niet maar ineens gingen Oumie en Neneh mij tante An noemen. Een eretitel, omdat wij een hele lieve tante Ann hebben in de familie…

De terugweg naar de Kombo’s gaat iets sneller. Edi de manager van de lokale organisatie gekoppeld aan ChildFund regelt voor ons een lift. We komen onverwacht vroeg aan bij de Cham Kunda, precies gelijk met Haddy, onze ‘moeder’ voor de komende dagen. De kinderen komen ook al snel thuis. Samen spelletjes doen verbindt. Het Nederlandstalig puzzelboekje ook. Bij een woordzoeker maakt de taal niet zoveel uit blijkt! Anna en Agi Rochie genieten er volop van.

Tegen de avond maken we de eerste regenbui van het jaar mee. Een onheilspellende stofwolk komt op de compound af en daarna begint een stortbui van 4 uur. Als de regen verandert in de drup gaan we bij de familie Fadera op bezoek. En daar is Fatou nummer 5! En haar dochtertje van 2 maanden, twee kraamvisites in 3 dagen, het geluk kan niet op!

Donderdag is een spannende dag voor mij. Ik ga een workshop geven over leiderschap aan de ‘headteachers’ van kleuterscholen. Dat doe ik wel vaker. Maar 2 nichtjes ‘alleen’ achterlaten voelt anders. Ik verras mezelf met de emoties die op komen. Als ik de compound af loop vraag ik hulp aan het universum. En die komt heel snel. Terwijl de bakkers staken (en ik bang was dat er geen ontbijt voor de meiden zou zijn) kom ik langs een soort stalletje waar een mevrouw brood zit te verkopen. Toch ontbijt voor die grieten. Bij de weg is het druk met mensen die dezelfde kant op moeten als ik en alle busjes zijn vol. Ineens stopt er een taxi voor mijn neus met nog één plaatsje vrij die mij in een razend tempo brengt waar ik zijn moet. Op die manier kan ik in alle rust de workshop voorbereiden en de zorg over de meiden loslaten. Als ik aan het eind van de middag terug kom zitten ze lekker onder de mango boom te kletsen. Ze hebben een hele leuke dag gehad, misschien wel de leukste tot nu toe. Wat een opluchting!!

Voor de vrijdag heb ik weer een toer bedacht langs diverse adressen. Weer een schooltje, de vismarkt, art village en zowaar weer een Fatou. We eindigen de tour met shoppen voor de zaterdag-strand-picknick samen met Haddy. Een toneelstuk op zich. Haddy selecteert en commandeert, Romy betaalt en Nina en ik geven door wat op de boodschappenlijst staat. Het fijne van in de middag naar de markt gaan is dat het veel minder druk is. En de directieve stijl van Haddy maakt dat we binnen een uur alle boodschappen in de tas hebben, inclusief 10 kilo uien die ik op mijn schouder mag dragen.

En dan is het zover, de strand dag, Feest! Het is nog even spannend of Isatou en Ansumana mee kunnen omdat zij op zaterdag naar school moeten en zelfs examens moeten maken. Ansumana komt binnen lopen precies op het moment dat we vertrekken. Isatou is pas om twee uur klaar en helaas zijn wij dan al een paar uur weg. Ook konden Haddy en moeder Isatou niet mee. Isatou heeft haar voet in het gips en Haddy blijft bij haar. De kinderen van Fadera gaan wel mee. Het is eindelijk een keer gelukt. En wat een plezier hebben ze! Allemaal trouwens: 16 grote en kleine jongens, 10 grote en kleine meiden en Tamsir en ik. Romy en Nina genieten van hun genieten; “wat bijzonder om voor hen deze dag mogelijk te maken”. Na een heerlijke lunch, uren in het water spelen, voetballen en foto’s maken gaan we terug naar huis. Vroeger dan normaal want er wacht een vliegtuig op ons.

Als we klaar staan voor vertrek vraag ik aan de meiden of ze zin hebben om naar huis te gaan. Dubbel: ze hebben genoten en ook fijn om weer in de eigen luxe te stappen. Zonder één moment te klagen hebben ze het Gambiaanse leven ondergaan, er van genoten, er misschien wel iets van geleerd en weten ze ook weer wat er thuis zo fijn is.

Oumie en Neneh fijn dat we dit samen mochten beleven!

Nina/Neneh en tante An

Romy/Oumie en Mamanding

Strandfeest!

Nog meer strandfeest!

 

 

Portretten

En alweer in Gambia geweest. Met veel mooie mensen, veel meer dan hieronder beschreven.

Sister Kaddy
Zij is de ‘hoofdzuster’ en helpt me in de voorbereiding van het programma waarin 7 van haar teamleden gaan mee doen. De ‘key staff’ van het ziekenhuis in Bwiam.

Ze verrast me een paar keer met telefoontjes om te melden dat het toch handiger is om iets anders te doen dan we in eerste instantie bedacht hadden. Zo’n telefoontje begint met een gulle lach, en dan volgt een duidelijk voorstel en kan en wil ik niet anders dan instemmen.

Op de eerste dag van het programma is ze er zelf ook bij en tegen de avond wordt ook haar koffer gebracht. Weer een verrassing… Ik dacht dat we hadden afgesproken dat ze zou ondersteunen op afstand. Anders dus dan er de hele week bij zijn. Ik heb het er met haar over: helemaal mee doen als deelnemer of het programma ondersteunen? Haar eerste reactie is de tweede optie. De volgende dag komt ze naar me toe: dit is een unieke kans dus wil ze helemaal mee doen. Ook gecoacht worden, lid van een projectteam, vol mee doen als gelijke aan de ontbijtsessies met haar team.

Ze gaat er helemaal voor en geeft prachtig voorbeeld: in directe feedback geven en ontvangen (tegen een van haar medewerkers: “I liked it that you said I am too bossy), in zelfreflectie (“I have to listen more and judge less”), en in het combineren van humor en serieus werken aan een project. Tijdens een van de ontbijtsessies zegt ze: sometimes people think on the phone I am a man. Aan het eind van het programma weet iedereen dat ze ook een zachte, zorgzame kant heeft. Haar ontmoeten was een mooie oefening om een eerste indruk los te laten en de mens achter de buitenkant te zien.

Ousman
Ousman stapt het programma in zonder intake vooraf, omdat hij een soort van invaller is voor iemand anders die niet mee kon doen. Een introverte man die naast dat hij de staar operaties uitvoert in het ziekenhuis ook sinds kort de HR manager is.

In het eerste coaching gesprek stokt het, en gaat het vooral over praktische vaardigheden die hij als HR manager wil leren. Tijdens het tweede gesprek later in de week vertelt hij hoe onzeker hij is en dat hij zichzelf met allerlei gedachten klein maakt en dat hij vooral bang is voor de reactie van anderen op wat hij doet. We hebben het er een tijdje over en dan deelt hij dat hij is opgevoed door zijn oma en oom. Hun vorm van ‘aanmoedigen’ en opvoeden was de harde hand, letterlijk. Nu is hij nog steeds bang om ‘klappen’ te krijgen van collega’s, zijn leidinggevende en anderen waar hij mee in contact komt. Hij draagt een zware last met zich mee. Door die kilo’s letterlijk voor een moment los te laten voelt hij de vrijheid waar hij zo naar verlangt. De volgende morgen zegt hij dat de angst nog steeds weg is. Tijdens de presentatie met zijn projectgroep speelt hij de dokter, fier rechtop in een witte jas, voor een publiek van zo’n 40 mensen laat hij zichzelf zien, zonder bang te zijn.

Aminata en Fatou
Twee zusters en sisters. Allebei willen ze zich graag verbeteren in public speaking. Allebei hebben ze enorme passie voor hun vak, Aminata als anesthesie verpleegkundige en Fatou als leidinggevende op de kraamafdeling en als vroedvrouw.

Fatou heeft het lef om tijdens een ontbijtsessie feedback aan haar collega’s te vragen. Ze deelt dat ze het spannend vindt om voor een groep te spreken, dat haar ademhaling dan hoog is door de zenuwen en ze te snel praat. Unaniem krijgt ze van haar collega’s terug dat die daar nog nooit iets van gemerkt hebben, dat ze juist heel duidelijk is en dat haar betrokkenheid en passie hen zo motiveert. Ze laat de complimenten en aanmoedigingen helemaal binnen komen. Tijdens de presentaties straalt ze een en al zekerheid uit, stevig als een rots. Volgende week moet ze de thesis voor haar master studie verdedigen. Ze is nu al geslaagd.

Aminata woont naast het ziekenhuis met haar moeder, zussen en kinderen. Ze heeft een heftige scheiding achter de rug. Na de logeerpartij van één van de Nederlandse deelneemsters zegt ze dat ze het heel bijzonder vond dat iemand ‘down to her came’. Down, low, dat soort woorden gebruikt ze om aan te geven dat anderen ver boven haar staan, witte mensen maar ook mensen in haar directe omgeving. Door de samenwerking met de Nederlanders, door in de spiegel te kijken en haar eigen kracht te herkennen, door de interactie met haar collega’s op een andere manier dan normaal, ziet ze dat die vergelijking niet op gaat, dat zij gelijkwaardig is, dat zij zoveel te brengen heeft. In een toneelspel tijdens de presentatie van de project uitkomsten speelt ze de alkalo, het dorpshoofd. Het gevoel van low en down zie ik niet meer als ze daar vol overgave en plezier voor het publiek staat.

 

Nederlandse en Gambiaanse Game Changers in Health

Het was weer een voorrecht om deze en alle andere deelnemers in het programma te ontmoeten en hun schoonheid te zien.

Lost & Found

Een bijzonder moment: ik zit te schrijven terwijl ik nog in Gambia ben. Er gebeuren zoveel verschillende dingen, ik merk dat het ene dat heel groot was een paar dagen geleden ik alweer aan het vergeten ben omdat het volgende zich weer aan dient. Mijn eerste week hier was om een programma in januari voor te bereiden. Nu zit in midden in de uitvoering van een ander programma: leiderschapsontwikkeling met vrouwen. Voor nu dus even terug naar vorige week.

Het begon al ‘goed’ op Schiphol. Op het moment dat ik uit het vliegtuig stapte in Gambia realiseer ik me dat ik mijn fototoestel op een tafel op Schiphol heb laten liggen. Even slaat de schrik me om het hart. Het fototoestel is net nieuw… Dan voel ik bij mezelf dat dit goed komt. En rationeel bedenk ik dat er drie opties zijn: het fototoestel wordt gevonden en komt bij mij terug, ik schakel de reisverzekering en die vergoedt een nieuw toestel of ik heb gewoon pech, het is maar een ding. Voor mij is het nieuw dat ik hier rustig bij blijf, dat mijn hoofd er niet van over loopt. Ik kan het nog niet laten het te delen met anderen, oké dat is de volgende stap. Met de tegenwoordige techniek die ook Gambia heeft bereikt meld ik het verloren voorwerp bij Schiphol. Een paar dagen later krijg ik bericht dat het is gevonden en mijn collega facilitator kan hem zelfs ophalen zodat ik toch mooie foto’s kan maken tijdens het vrouwenprogramma.

Het voordeel van een week eerder komen is dat ik nog de laatste details voor het vrouwen programma kan checken. Ik heb de afgelopen jaren geleerd dat het in Gambia handig is om alle afspraken nog een keer te bevestigen net voor dat een activiteit staat te gebeuren. Wat betreft de deelneemsters denk ik even dat dat niet hoeft, ik heb zo vaak contact met ze gehad de afgelopen maanden, dat zit wel snor… Denk ik. Misschien toch handig om ze nog even allemaal (zeven in getal) te bellen.

En dan blijkt dat er toch wat hobbels op de weg zijn. De man van een van de vrouwen heeft een ongeluk gehad en heeft nog steeds iedere dag de zorg van zijn vrouw nodig. Een andere man moet op reis voor zijn werk en de kinderen hebben examens dus moeders kan niet van huis. Dan is er nog een baas die vindt dat een van de deelneemsters minimaal 1 dag een training moet geven tijdens ons programma. Bij een ander is het te druk op het werk en zijn de kinderen toch te klein om zonder mama thuis te zijn. Dan is een nog een advocate die betrokken is bij een overheidsonderzoek naar het ‘financiële gedrag’ van de oude president. Dat onderzoek krijgt een vervolg en dus krijgt ze geen vrij. Tenslotte krijgt de deelneemster die freelance trainer is een opdracht voor een training tijdens onze week. Eigenlijk is er maar één deelneemsters die nog gewoon mee doet.

De moed zinkt me af en toe in de schoenen. Mijn verlangen om dit allemaal te laten slagen drijft me voort. We regelen dat een deelneemster iedere avond naar huis kan gaan om bij haar kinderen te zijn en hen te helpen met de examens. Een andere deelneemster wordt vervangen door een collega. De freelancer wil zo graag mee doen dat ze de opdracht afslaat. En die ene dag trainen door de volgende deelneemster kan wel gecombineerd worden met ons programma, bij toeval is die training in hetzelfde dorp. Er komt een naam van een vrouw in me op die heel goed bij de groep zou passen. Ik bel haar, zij kan zelf niet maar reikt wel de naam van een andere vrouw aan die geïnteresseerd is. We spreken haar één dag voordat ons programma begint, ze gaat mee doen!

Dit hele proces heeft 5 dagen geduurd. Vijf dagen heb ik er in mijn hoofd mee gezeten. Ik maakte te me vooral zorgen omdat het impact zou kunnen hebben op een belofte die ik gedaan heb aan zes andere vrouwen in Gambia. Zes vrouwen in Bwiam (het dorp waar het programma plaats vindt). Vrouwen met een micro-onderneming, die zorgen voor het inkomen voor hun families waar ze maar net mee rond kunnen komen. Bij deze vrouwen gaan de Nederlandse en Gambiaanse deelneemsters in duo’s logeren. Ze hebben elkaar nodig vanwege de taal en vanwege het leerproces. Deze vrouwen in Bwiam zijn ook de vrouwen waar we het programma eigenlijk voor doen: hoe kunnen zij hun business verbeteren en daardoor uit de armoede komen. Iedere dag in die week voor het programma denk ik ‘moet ik ze al vertellen dat ze misschien geen gasten krijgen?’, ‘hoe groot zal die teleurstelling zijn?’, ‘hoe groot is de kans dat het me lukt om wel genoeg deelneemsters te vinden?’, ‘hoe ga ik er mee om dat ik een belofte niet na kan komen?’ Dat soort gedachten. Ze helpen me niet echt om mijn innerlijke vrede te bewaren. Na sparren met Carel en met de contactpersoon van ChildFund die deze vrouwen benaderd heeft en na hulp te vragen van het universum, besluit ik niets tegen de vrouwen te zeggen en een plan B te bedenken. Dat besluit geeft rust en inspiratie.

Op zaterdagavond als de vrouwen uit Nederland aankomen hebben we zes Gambiaanse deelnemers waarvan er één niet mee kan doen aan de logeerpartij. Gelukkig spreekt een van de vrouwen in Bwiam heel goed Engels dus daar kan een Nederlandse vrouw alleen naar toe. Mijn ‘probleem’ is opgelost.

De homestay zoals wij de logeerpartij noemen is inmiddels geweest. Voor alle betrokken vrouwen is het een zeer inspirerende ervaring geweest. De vrouwen hebben elkaar in het hart geraakt, ze hebben elkaar herkend in het diepste van hun ziel en verlangen. Ze blijven elkaar gedurende de week opzoeken. Er zijn verbindingen ontstaan die waarschijnlijk impact hebben op de rest van ieders leven.

Als ik dat aan Carel vertel via de telefoon herinnert hij mij aan mijn zorgen van een week eerder. Ik was ze al vergeten. En ik besef me dat ze onnodig waren. Dat ik zonder die gedachten en met vertrouwen in het universum, in de mensen om me heen en in mezelf diep van binnen toen al had kunnen weten dat het goed zou komen. Want goed komt het altijd, hoe het er ook uit ziet. Weer wordt mij duidelijk dat voorbij twijfel, angst en zorgen er altijd de liefde en vrede is waar ik zo naar verlang. Het is er al en zal er altijd zijn, ik hoef het alleen maar te zoeken waar het is, dan zal ik het altijd vinden: in mij.

Inmiddels ben ik alweer een paar dagen thuis en denk ik met een grote glimlach terug aan twee prachtige 2 weken. Waar nog heel veel verhalen over te schrijven zouden zijn. Iedere vrouw die mee deed aan het programma heeft haar eigen verhaal, in haar leven en in dit programma. Inclusief mijn collega en ik. Allemaal hadden we ons eigen leerproces en mochten we dat delen met elkaar tijdens deze week. Op de laatste dag was er een moment dat bij bijna iedereen tranen over de wangen rolde. Ineens stonden we samen in een kring en begon Fatou ‘We shall overcome’ te zingen. Een prachtig moment van verbondenheid dat nog steeds in mijn oren na galmt.