Kilimanjaro, Witte Berg

Juli 2007, Kibohut
Na vijf dagen lopen komen we aan bij de Kibohut. Eén halte voor de top van de Kilimanjaro, Swahili voor Witte Berg. Ik zie het pad dat ons daarnaartoe brengt door het berggruis omhoog kronkelen. Mijn hart gaat sneller kloppen, we zijn er bijna! Met weinig woorden en in heldere taal legt de gids uit hoe we ons moeten voorbereiden. Hij is zeker van zijn zaak, in zijn doorleefde gezicht stralen zijn ogen. De top is zijn thuis. Vannacht om 12 uur vertrekken zodat we met zonsopgang boven zijn.

Zodra we de tent hebben opgezet leg ik de spullen klaar die we vannacht nodig hebben: een dagrugzakje met iets te eten, een zonnebril, extra kleding en water. Ik doe alvast de onderkleding voor de tocht aan, bij het opstaan hoef ik alleen maar de warme kleding er overheen aan te doen. Mijn koplampje ligt naast mijn kussen. Zo kan ik rustig gaan slapen, goed voorbereid voor het langste en zwaarste deel van deze expeditie. 

Om middernacht, wekt de gids ons. Ik ben al klaarwakker, blij dat het sein komt om aan het avontuur te beginnen. De Kibohut staat op 4.730 meter. De top is op 5.895 meter, ruim 200 meter hoger dan de Mont Blanc, met heel weinig zuurstof in de lucht. De tocht begint op het gruispad dat ik gistermiddag al zag. We gaan voetje voor voetje vooruit, het gruis knispert onder mijn voeten, het pad is zo smal dat mijn voeten er nauwelijks naast elkaar op passen. Mijn lampje schijnt op de rug van de gids. Zijn tempo en hartslag zijn op elkaar afgestemd, hij weet precies hoe lang hij er over doet. Dat heeft hij al laten zien toen we een week eerder de Mount Meru op gegaan zijn. Het bevalt me om in het donker te lopen, ik zie daardoor niet dat we nauwelijks opschieten. We hebben inmiddels geleerd dat we zo langzaam moeten lopen dat we niet hoeven te hijgen, kleine stappen, gestaag doorgaan. Ik heb geen idee waar we zijn en durf niet om me heen te kijken. De rug van de gids is mijn focuspunt.  Er lijkt geen eind aan te komen, doorzetten, steeds maar doorgaan in het ritme van de stappen van de gids. In een scherpe bocht naar rechts onder wat scherpe rotspunten geeft de gids het sein om te pauzeren. Als ik stil ga staan richt ik me op, bijna stoot ik mijn hoofd aan de rots. Het gaat net goed. Mijn koplamp schijnt op ander mensen die daar ook rusten of juist doorlopen. Na 10 minuten stilstaan en wat eten en drinken gaan we weer verder. De rust is net lang genoeg om bij te komen en het niet koud te krijgen. Onze gestage klim gaat verder. Het is nu anders. Er is meer ruimte, meer lucht boven ons, het pad zigzagt minder dan voor de pauze. Als het licht zou zijn, zou ik waarschijnlijk de kraterrand kunnen zien. We blijven in het ritme, stap, stap, stap, ik tel ze af en toe om me zelf af te leiden. En dan is daar de kraterrand, Gilman’s point, eindelijk. Na een korte pauze beginnen we aan de laatste etappe omhoog over een pad met sneeuw. De zonnebril moet op om mijn ogen te beschermen tegen het licht van de sneeuw dat schijnt in het donker, fonkelende kristallen die ons leiden naar het hoogste punt van de Witte Berg. Nog 200 meter stijgen over een breder pad langs de krater. 

Om 05:20 op 6 juli 2007, staan we op het hoogste punt, de Uhuru peak. Ineens sta ik voor het bord waar dat magische getal op staat: 5.895 meter, de hoogste top van Afrika, ‘world’s highest free standing mountain’. Het is nog steeds donker. Het duizelt in mijn hoofd en aan hijgen ontkom ik niet meer. Het bord aantikken, een foto maken en meteen weer terug naar de plek waar we op de kraterrand kwamen. Mijn lijf wil niets anders dan afdalen, de hoogte geeft me hoofdpijn en misselijkheid. Ik voel zo weinig kracht dat het me nauwelijks lukt om de ijsvelden te zien die in de krater liggen, links onder mij. Ik zie alleen de blauwe gloed ervan in mijn ooghoeken. Jammer dat het niet lukt om de kern van de krater te zien, een gemiste kans. Als we terug zijn bij Gilman’s point, komt de zon op. Dat was precies de bedoeling van de gids. Ik sta te trillen op mijn benen. Met een grote glimlach op hun gezicht en met weer die fonkelende ogen zingen de gidsen uit volle borst voor mij ‘No woman no cry’. Ik moet lachen en huilen tegelijk. De zonnestralen juichen mij toe, ik heb het gedaan!

Maart 2020, Kilimanjaro Christian Medical Centre 
13 jaar na de beklimming ben ik weer bij de Kilimanjaro. Op de eerste wandeling van ons hotel naar het ziekenhuis waar we een week gaan werken hebben we ineens uitzicht op de Witte Berg. De herinneringen komen terug. Niet alleen van de tocht zelf, ook dat een half jaar na die top mijn leven totaal veranderde. Uiteindelijk zeer ten goede. Iedere dag dat we in het ziekenhuis zijn kijk ik uit naar de berg. Bijna iedere dag zijn de twee hoogste vulkanen ook te zien, de majestueuze Kibo, en iets verder op Mwanzi waar we toentertijd ook onder kampeerde. Ik zie twee oude vrienden terug. Heimwee overvalt me en dat roept op dat ik het nog een keer wil doen, nog een keer daarboven zijn. Niets anders dan stap voor stap omhoog, zo langzaam dat ik zonder hijgen vooruitkom. Zo dicht bij mijzelf dat ik voel dat de kracht van de berg de spiegel is van de kracht in mij.

Kilimanjaro, gezien vanaf Mount Meru (juli 2007)
Kilimanjaro, gezien vanaf Kilimanjaro Christian Medical Centre (maart 2020)

5 thoughts on “Kilimanjaro, Witte Berg

  1. Lia Maas

    Ben jíj daar nou? Geweldig lieve Annet.
    En wat een herkenbaar herkenbaar verhaal.
    Het zijn in de bergen. Mooi omschreven.
    Liefs en liefde

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *