Oordeelloos!??

Een opdracht in Palestina! Toen ik ervoor gevraagd werd door Petra van Visio International was ik meteen enthousiast en vooral heel benieuwd. Benieuwd hoe het leven en werken daar is. Bijna had mijn gebroken heup roet in het eten gegooid. Op de dag van vertrek had mijn bot 5,5 week de tijd gehad om te helen. Met één kruk, ondersteuning van Carel, een karretje op de vliegvelden en hele aardige collega’s kan het gewoon doorgaan.

De eerste ongebruikelijke situatie: wat ga ik zeggen bij de douane in Tel Aviv? ‘Visiting the holyland’ of gewoon waar ik echt voor kwam en dan misschien heel veel vragen en checks ga krijgen? Belangrijkste tip: houd het zo kort mogelijk en lieg niet. Dus het werd ‘visiting friends in Bethlehem’. Ik had de contactpersoon ten slotte al een paar jaren geleden een hele week in een training in Nederland gehad.

Onderweg van Tel Aviv naar Ramallah passeren we een checkpoint om van Israël Palestina in te gaan.  Het was donker dus allemaal niet zo goed te zien. Na een afslag van de snelweg slaan we linksaf, een klein straatje leek het met hoge hekwerken eromheen. Alsof we de ingang van een gevangenis in gaan. En dat was eigenlijk ook zo. Achter het hek waren we meteen in een levendig dorp met een totaal andere sfeer dan aan de andere kant. Vanaf dat punt houdt de bebouwing eigenlijk niet meer op tot in Ramallah. En die stad zit vast geplakt aan Jerusalem en daarachter ligt ook Bethlehem weer tegen aan. Later begrijp ik dat het een soort politieke wedstrijd is tussen Israël en Palestina om de meeste inwoners te hebben. Israël heeft zelfs een miljoen joodse Russen uitgenodigd om naar hun land te komen om zo hun aantal hoog te houden. In de Gazastrook wonen 2 miljoen mensen in een gebied van 42 bij 12 kilometer.

De eerste dag interview ik mensen van de overheid ter voorbereiding op een workshop die in januari plaats gaat vinden. In het Rode Kruis hotel in Ramallah. Mensen die betrokken zijn bij inclusief onderwijs voor blinde en slechtziende kinderen. Voor de zekerheid was er een vertaalster bij, Arjeev. Tijdens de pauzes tussen de gesprekken in vertelt Arjeev veel over Palestina en over haar persoonlijke situatie. We hebben een klik, alsof we elkaar al jaren kennen. Ik begin een klein beetje beeld te krijgen van dit land en hoe het is om daar te leven.

Het zijn twee lagen: de politieke en gewelddadige druk waar iedereen mee te dealen heeft en het gewone, dagelijkse leven. Mensen die in Ramallah wonen mogen niet zomaar naar Israël of Jerusalem. Daar hebben ze een permit voor nodig. Als ze naar het buitenland willen reizen ze via Jordanië om de toestemming van Israël te omzeilen. Er staat een muur van 600 km lang en 8 meter hoog tussen Israël en Palestina. Aan de Palestijnse kant is de muur vol met graffiti, politieke tekeningen, Yasar Arafat levensgroot en heel vaak. Banksy heeft de muur met zijn tekeningen veelvuldig verfraaid.

In de afgelopen jaren zijn ontzettend veel Palestijnse families uit hun huis verdreven om die scheiding tussen Israël en Palestina te kunnen maken. En ieder jaar worden er Joodse nederzettingen gebouwd in het Palestijnse gebied, op de toppen van heuvels. Iedere keer weer vormen van machtsvertoon.

In Bethlehem bezoek ik met Petra een museum in het Walled Off hotel. Het staat 5 meter van de muur af. In het museum is de geschiedenis van de muur te zien en alle protesten ertegen. We lopen bedrukt naar buiten als we alle beelden, spandoeken en foto’s bekeken hebben. We gaan richting de oude stad. Ineens zijn we in straatjes waarbij het beeld van Jozef en Maria op een ezel op zoek naar een herberg helemaal past. Een paar honderd meter verder is de plek waar Jezus is geboren.

Na het eten gaan we met een taxi terug naar het guesthouse waar we verblijven. Vol trots vertelt de chauffeur dat hij in Bethlehem is geboren, vlak bij de Nativity church, de kerk bij hét kerststalletje. Hij zegt: Bethlehem is dé hoofdstad van de wereld, de hoofdstad van vrede, voor mensen met verschillende godsdiensten en met dezelfde God. Wat fijn om ook dit geluid te horen.

De volgende dag horen we dat een medewerker van het ziekenhuis waar me mee samen werken neergeschoten is bij een checkpoint. Een man van 32 met twee hele jonge kinderen en een vrouw. Een zeer geliefde collega. Later in de week komen ’s nachts 100 Israëlische soldaten naar het ziekenhuis om zijn spullen te doorzoeken. De poort blijft dicht, ze komen niet binnen. Ondertussen slapen wij en de patiënten gewoon door. Zelfs op die manier zijn er twee lagen.

De huiselijke laag gaat over gewone dingen die wij hier ook hebben. Zorgen om de kinderen, echtscheidingen, verliefdheden en verlovingen, files en het weer. En zijn er heel veel spontaan behulpzame mensen. Een man bij het checkpoint die mij in zijn auto mee neemt omdat ik niet mag lopen waar ik loop, een vrouw in de bus die me wenkt om bij haar te komen zitten. Ze is modeontwerpster geweest en op weg naar een zieke tante. Een man in de oude stad van Jerusalem die me de weg wijst na een praatje en me gedag zegt met ‘doeii’. En Arjeev die me trakteert op een etentje en me van Jerusalem naar Bethlehem brengt. Aan een aantal van die mensen vraag ik of ze niet liever weg willen uit Palestina. En dan zeggen ze, hoe moeilijk het hier ook is, het is mijn thuis en daar wil ik wonen.

Het is heel verleidelijk om een oordeel over de situatie te hebben. Ik zie en hoor de pijn en het verdriet van de Palestijnen. Het zijn zulke lieve mensen. Waarom moet dit zo?

Vanochtend, thuis in Nijmegen, stap ik voor het eerst weer op de fiets sinds mijn val half oktober. Ik ga langs bij mijn Turkse groenteboer en vertel hem over mijn reis. Ik zeg iets over die lieve Palestijnen. En hij zegt: alle mensen zijn lief, ook de Israëlische. Hij heeft zo gelijk!

Old city Jerusalem, dichtbij de Damascus gate

De muur in Ramallah, dichtbij het checkpoint om naar Jerusalem te gaan

De muur in Bethlehem

Banksy tekening op de muur in Bethlehem

Foto uit het museum

 

Kekerdom

Niet met het vliegtuig weg geweest, wel een reis gemaakt.

Twee weken geleden had ik een gesprek met een deelnemer aan een leergang en haar leidinggevende, een tussenevaluatie. Na het gesprek had ik een uur tot aan een volgende afspraak. Ik zocht een plekje in de hal waar ik even kon werken. Ik realiseerde me dat ik het een ongemakkelijk gesprek vond. Toen ik er nog wat langer op terug keek werd duidelijk dat ik niet alles had gezegd wat ik wilde zeggen. Nou gebeurt dat wel vaker maar nu realiseerde ik me dat daar angst onder lag. Bang om het te zeggen, bang voor kritiek, bang voor wat ze van mij zouden vinden.

De volgende dag bij het lezen van de Cursus in Wonderen heb ik het er over met Carel. De angst komt nog wat forser omhoog. Ik zeg tegen mezelf ‘dit heb ik echt aan te kijken’ en hardop vraag ik aan het universum ‘waar gaat dit over?’. Ik ga op een stoel zitten en ineens komt er een soort film aan me voorbij.

Ik zie mezelf lopen van de bushalte buiten het dorp naar huis. Het is ongeveer een kilometer. Het eerste stuk is een donkere weg langs boerderijen en daarna door het dorp, langs de lagere school en dan nog 2 hoeken om. Ik loop achter de lagere school langs zodat zo min mogelijk kinderen me zien. Ik ben bang voor ze. Soms roepen ze me na en gooien ze stenen.

Wij waren anders in het dorp, gingen in de stad naar school. Mijn vader vond het dorp en de school niet goed genoeg. De buurman is het hoofd van de school. Hij vindt mijn vader een kapitalist, mijn vader hem een communist. Ik zeg thuis niet dat ik bang ben om alleen door het dorp te lopen want dan komt er nog meer boosheid over de mensen in het dorp.

Terwijl die film voorbij komt realiseer ik dat ik pas 6 ben als ik daar loop en dat ik er alleen loop. Ik begrijp hoe bang ik daar was en hoeveel indruk de hele situatie op mij gemaakt heeft. Ik huil het er uit en bedenk me dat ik als ‘grote’ Annet ‘kleine’ Annet bij de hand kan nemen en haar veiligheid kan bieden. Dat maakt me rustig. Ik zie en voel dat ik die veiligheid in mijzelf heb en dat ik die nu kan inzetten als ik die angst weer voel.

Vandaag had ik een verjaardag in het natuurgebied bij mijn geboortedorp. Ik ben een half uur eerder gegaan om die route van de bushalte naar huis nog eens te lopen. Ik vraag het universum weer om hulp, ga met de intentie om mensen te ontmoeten en vraag ook of mijn vader met me mee loopt. En dan gebeuren er een paar bijzondere dingen. Als ik bij de bushalte aan kom, komt daar net de bus aan. De bus waar ik vroeger uit gestapt zou zijn. In de heerlijke september zon loop ik richting het dorp. De weg heeft een trottoir gekregen, er liggen prachtige boerderijen aan met hoge bomen. Tussen de boerderijgen zijn er stukken met uitzicht op de weilanden, waar volop licht op de weg schijnt. Ik loop de straat van de school in. Er is een grote buurttuin. Ik ben totaal verrast, hier stonden toch huizen!? Er komt een jonge man aangelopen, precies bij de school. Ik vraag hem of hij er al lang woont. Hij vertelt mij dat er 5 huizen zijn afgebroken en dat ze met de buurt samen iets moois gemaakt hebben van de open plek. Ik dacht dat daar wel 20 huizen stonden… De jongen loopt door. En dan is daar een jongetje van een jaar of 6. Hij haalt uit een kast op het veld 2 tennisrackets en een bal. Eerst heb ik het niet door, maar dan hoor ik het toch goed. Hij vraagt of ik met hem wil spelen. En daar sta ik ineens de spelen met een kind, vol plezier en spontaniteit op die plek die altijd zo beangstigend was. Als we stoppen zoek ik nog even het achteraf paadje. Daar staat een hek dus loop ik terug. Het jongetje is er nog, hij zegt tegen zijn zusje: kijk daar is die mevrouw waar ik mee getennist heb. Was heel leuk hè, zegt hij tegen mij. Ja dat was heel leuk! Een straat verder kom ik nog een mevrouw tegen die ik op de heenweg ook gezien heb. Ze zegt tegen mij, grappig we lopen precies het tegengestelde rondje!

Op de plek waar ik eens als kleuter in de brandnetels ben gevallen staan nu mooie huizen. Er is veel bij gebouwd in het dorp. ‘Ons’ huis is nog hetzelfde. Ik ben nog steeds Annet, met oude angsten die ik niet meer nodig heb, en met kracht en liefde die ik kan delen. Met anderen en met mijzelf.

Gambia delen, deel 2

Vorig jaar gingen Joppe en Loren mee, dit jaar zijn Romy en Nina aan de beurt, de dochters van mijn broer.

Vooraf had ik al bedacht dat het anders zou zijn omdat het totaal andere ‘kinderen’ zijn en ik ook vooral geen herhaling van hetzelfde programma wilde. En in Gambia zou dat niet eens lukken. Er gebeurt altijd wel weer iets onverwachts.

Zaterdag ochtend heel vroeg gaan we met de trein naar Brussel. Na 10 minuten zegt Romy iets over een ‘kots-geluid’. En ik zeg ‘nee joh, gewoon geritsel van een plastic zak’. Zij blijkt een beter gehoor te hebben dan ik. Een vrouw die waarschijnlijk iets te veel gedronken heeft… In de loop van de week zeggen we een paar keer tegen elkaar: weet je nog die vrouw, die moest overgeven? Het lijkt wel een maand geleden!

Vooraf heb ik al met aardig wat mensen een afspraak gemaakt. Aangepast op (door mij ingeschatte) interesses van beide meiden en ook wat werkachtige dingen die ik op mijn eigen lijstje had staan.

We begonnen ‘rijk’, in een lodge aan de kust, op bezoek bij Fatou die in een mooi en modern gemeubileerd huis woont. Ik aan het werk met Fatou, zij spelletjes spelen met de dochters van Fatou op de veranda. Het is erg stil daar. Ik schat in dat ze alle 4 geen grote kletsers zijn en het niet erg vlot loopt. Als we terug gaan naar het hotel zegt Romy, ‘ik zat daar wel lekker, had nog best willen blijven’. Mmm ik interpreteer het anders dan het voor hen was. Even wennen hoe het er uit ziet als zij het naar hun zin hebben.

Op maandag doen we achter elkaar een reeks bezoeken aan bekenden van mij. Fatou (van zondag) en Fatou (nieuw) van Buzz Gambia, Lamin van de National Youth Council, ChildFund kantoor waar we ongeveer 10 mensen begroeten, Sister Kaddy (kraamvisite) en een kleine reünie van Women United met de derde Fatou van die dag. Mensen met bijzondere verhalen. Daar had ik ze op ‘uitgekozen’, om de meiden kennis te laten maken met wat er aan intense, soms verdrietige, en vooral mooie dingen die gebeuren in dit land. En wat was het leukste van de dag: de kraamvisite, de baby van 2 weken oud. Grappig om opnieuw te merken dat ik mijn behoeften, interesses en voorkeuren op hen zit te projecteren.

En ondertussen hebben we het heel gezellig met z’n 3-en. De spelletjescompetitie heeft daar een mooie rol in. En tussen het kaarten door hebben we gesprekken over hun toekomst, keuzes, opvoeding, dat soort dingen.  De stelling komt op tafel dat een goede opvoeding  een opvoeding is waar je niet van hoeft te herstellen. Interessante gedachte, allerlei voorbeelden komen op, bijzonder om deze gesprekken met hen te hebben.

Na drie dagen in het hotel vertrekken we naar Bwiam. Een dorp waar de programma’s die ik begeleid meestal plaats vinden en waar ik veel mensen ken. We gaan met de bus. Die vertrekt pas als die vol is. En dat duurt meer dan een uur. Omdat we in Bwiam moeten zijn voordat de school dicht gaat waar we tekeningen uit Nederland af gaan geven, word ik wat onrustig. Er zijn nog 2 plaatsen vrij. Misschien tegen Gambiaanse gewoonten in en een tikkeltje arrogant betaal ik voor die twee extra plaatsen. Nou ja dan maar een keer voor de rijke toubab aan gezien worden.

In Bwiam zijn we net op tijd op school. Weer een verwachting van mij: dit vinden ze vast heel leuk. Maar dan blijkt dat Romy zich helemaal niet lekker voelt en ik dat niet genoeg in de gaten heb omdat ik perse op tijd wil zijn. Nina neemt de rol van cameraman bij het uitdelen van de tekeningen en geniet van alle kinderen die blij zijn met hun tekening. Met een banaan en water komt Romy voldoende bij om terug naar de lodge te lopen. Daar wacht ons een heerlijke lunch en een rustige middag. We hoeven even helemaal niets!

Tegen de avond lopen we naar de rivier. Een serene rust, geen toubab geroep, gewoon even stilte. De nacht is een soort overlevingstocht, ook voor mij; zwemmen in het zweet. Het lekkere ontbijt en de relatieve koelte buiten doen het gauw weer vergeten.

De volgende dag gaan we via de markt naar het ziekenhuis om de deelnemers van het programma in januari gedag te zeggen en te verrassen met een klein cadeautje ter herinnering aan het programma. Als we aan het einde van het rondje terug komen waar we begonnen zijn, bij Aminatah en (alweer een) Fatou hebben ze ook voor ons een cadeautje. Zo hartverwarmend om iedereen weer te zien, te horen wat het programma allemaal voor hen heeft gebracht en hoe ze twee nichtjes die ze niet eerder zagen meteen in hun hart sluiten.

Omdat bijna niemand Romy kan uitspreken krijgen de nichtjes ieder een Gambiaanse naam: Oumie en Neneh. En wanneer het precies gebeurde weet ik niet maar ineens gingen Oumie en Neneh mij tante An noemen. Een eretitel, omdat wij een hele lieve tante Ann hebben in de familie…

De terugweg naar de Kombo’s gaat iets sneller. Edi de manager van de lokale organisatie gekoppeld aan ChildFund regelt voor ons een lift. We komen onverwacht vroeg aan bij de Cham Kunda, precies gelijk met Haddy, onze ‘moeder’ voor de komende dagen. De kinderen komen ook al snel thuis. Samen spelletjes doen verbindt. Het Nederlandstalig puzzelboekje ook. Bij een woordzoeker maakt de taal niet zoveel uit blijkt! Anna en Agi Rochie genieten er volop van.

Tegen de avond maken we de eerste regenbui van het jaar mee. Een onheilspellende stofwolk komt op de compound af en daarna begint een stortbui van 4 uur. Als de regen verandert in de drup gaan we bij de familie Fadera op bezoek. En daar is Fatou nummer 5! En haar dochtertje van 2 maanden, twee kraamvisites in 3 dagen, het geluk kan niet op!

Donderdag is een spannende dag voor mij. Ik ga een workshop geven over leiderschap aan de ‘headteachers’ van kleuterscholen. Dat doe ik wel vaker. Maar 2 nichtjes ‘alleen’ achterlaten voelt anders. Ik verras mezelf met de emoties die op komen. Als ik de compound af loop vraag ik hulp aan het universum. En die komt heel snel. Terwijl de bakkers staken (en ik bang was dat er geen ontbijt voor de meiden zou zijn) kom ik langs een soort stalletje waar een mevrouw brood zit te verkopen. Toch ontbijt voor die grieten. Bij de weg is het druk met mensen die dezelfde kant op moeten als ik en alle busjes zijn vol. Ineens stopt er een taxi voor mijn neus met nog één plaatsje vrij die mij in een razend tempo brengt waar ik zijn moet. Op die manier kan ik in alle rust de workshop voorbereiden en de zorg over de meiden loslaten. Als ik aan het eind van de middag terug kom zitten ze lekker onder de mango boom te kletsen. Ze hebben een hele leuke dag gehad, misschien wel de leukste tot nu toe. Wat een opluchting!!

Voor de vrijdag heb ik weer een toer bedacht langs diverse adressen. Weer een schooltje, de vismarkt, art village en zowaar weer een Fatou. We eindigen de tour met shoppen voor de zaterdag-strand-picknick samen met Haddy. Een toneelstuk op zich. Haddy selecteert en commandeert, Romy betaalt en Nina en ik geven door wat op de boodschappenlijst staat. Het fijne van in de middag naar de markt gaan is dat het veel minder druk is. En de directieve stijl van Haddy maakt dat we binnen een uur alle boodschappen in de tas hebben, inclusief 10 kilo uien die ik op mijn schouder mag dragen.

En dan is het zover, de strand dag, Feest! Het is nog even spannend of Isatou en Ansumana mee kunnen omdat zij op zaterdag naar school moeten en zelfs examens moeten maken. Ansumana komt binnen lopen precies op het moment dat we vertrekken. Isatou is pas om twee uur klaar en helaas zijn wij dan al een paar uur weg. Ook konden Haddy en moeder Isatou niet mee. Isatou heeft haar voet in het gips en Haddy blijft bij haar. De kinderen van Fadera gaan wel mee. Het is eindelijk een keer gelukt. En wat een plezier hebben ze! Allemaal trouwens: 16 grote en kleine jongens, 10 grote en kleine meiden en Tamsir en ik. Romy en Nina genieten van hun genieten; “wat bijzonder om voor hen deze dag mogelijk te maken”. Na een heerlijke lunch, uren in het water spelen, voetballen en foto’s maken gaan we terug naar huis. Vroeger dan normaal want er wacht een vliegtuig op ons.

Als we klaar staan voor vertrek vraag ik aan de meiden of ze zin hebben om naar huis te gaan. Dubbel: ze hebben genoten en ook fijn om weer in de eigen luxe te stappen. Zonder één moment te klagen hebben ze het Gambiaanse leven ondergaan, er van genoten, er misschien wel iets van geleerd en weten ze ook weer wat er thuis zo fijn is.

Oumie en Neneh fijn dat we dit samen mochten beleven!

Nina/Neneh en tante An

Romy/Oumie en Mamanding

Strandfeest!

Nog meer strandfeest!

 

 

Portretten

En alweer in Gambia geweest. Met veel mooie mensen, veel meer dan hieronder beschreven.

Sister Kaddy
Zij is de ‘hoofdzuster’ en helpt me in de voorbereiding van het programma waarin 7 van haar teamleden gaan mee doen. De ‘key staff’ van het ziekenhuis in Bwiam.

Ze verrast me een paar keer met telefoontjes om te melden dat het toch handiger is om iets anders te doen dan we in eerste instantie bedacht hadden. Zo’n telefoontje begint met een gulle lach, en dan volgt een duidelijk voorstel en kan en wil ik niet anders dan instemmen.

Op de eerste dag van het programma is ze er zelf ook bij en tegen de avond wordt ook haar koffer gebracht. Weer een verrassing… Ik dacht dat we hadden afgesproken dat ze zou ondersteunen op afstand. Anders dus dan er de hele week bij zijn. Ik heb het er met haar over: helemaal mee doen als deelnemer of het programma ondersteunen? Haar eerste reactie is de tweede optie. De volgende dag komt ze naar me toe: dit is een unieke kans dus wil ze helemaal mee doen. Ook gecoacht worden, lid van een projectteam, vol mee doen als gelijke aan de ontbijtsessies met haar team.

Ze gaat er helemaal voor en geeft prachtig voorbeeld: in directe feedback geven en ontvangen (tegen een van haar medewerkers: “I liked it that you said I am too bossy), in zelfreflectie (“I have to listen more and judge less”), en in het combineren van humor en serieus werken aan een project. Tijdens een van de ontbijtsessies zegt ze: sometimes people think on the phone I am a man. Aan het eind van het programma weet iedereen dat ze ook een zachte, zorgzame kant heeft. Haar ontmoeten was een mooie oefening om een eerste indruk los te laten en de mens achter de buitenkant te zien.

Ousman
Ousman stapt het programma in zonder intake vooraf, omdat hij een soort van invaller is voor iemand anders die niet mee kon doen. Een introverte man die naast dat hij de staar operaties uitvoert in het ziekenhuis ook sinds kort de HR manager is.

In het eerste coaching gesprek stokt het, en gaat het vooral over praktische vaardigheden die hij als HR manager wil leren. Tijdens het tweede gesprek later in de week vertelt hij hoe onzeker hij is en dat hij zichzelf met allerlei gedachten klein maakt en dat hij vooral bang is voor de reactie van anderen op wat hij doet. We hebben het er een tijdje over en dan deelt hij dat hij is opgevoed door zijn oma en oom. Hun vorm van ‘aanmoedigen’ en opvoeden was de harde hand, letterlijk. Nu is hij nog steeds bang om ‘klappen’ te krijgen van collega’s, zijn leidinggevende en anderen waar hij mee in contact komt. Hij draagt een zware last met zich mee. Door die kilo’s letterlijk voor een moment los te laten voelt hij de vrijheid waar hij zo naar verlangt. De volgende morgen zegt hij dat de angst nog steeds weg is. Tijdens de presentatie met zijn projectgroep speelt hij de dokter, fier rechtop in een witte jas, voor een publiek van zo’n 40 mensen laat hij zichzelf zien, zonder bang te zijn.

Aminata en Fatou
Twee zusters en sisters. Allebei willen ze zich graag verbeteren in public speaking. Allebei hebben ze enorme passie voor hun vak, Aminata als anesthesie verpleegkundige en Fatou als leidinggevende op de kraamafdeling en als vroedvrouw.

Fatou heeft het lef om tijdens een ontbijtsessie feedback aan haar collega’s te vragen. Ze deelt dat ze het spannend vindt om voor een groep te spreken, dat haar ademhaling dan hoog is door de zenuwen en ze te snel praat. Unaniem krijgt ze van haar collega’s terug dat die daar nog nooit iets van gemerkt hebben, dat ze juist heel duidelijk is en dat haar betrokkenheid en passie hen zo motiveert. Ze laat de complimenten en aanmoedigingen helemaal binnen komen. Tijdens de presentaties straalt ze een en al zekerheid uit, stevig als een rots. Volgende week moet ze de thesis voor haar master studie verdedigen. Ze is nu al geslaagd.

Aminata woont naast het ziekenhuis met haar moeder, zussen en kinderen. Ze heeft een heftige scheiding achter de rug. Na de logeerpartij van één van de Nederlandse deelneemsters zegt ze dat ze het heel bijzonder vond dat iemand ‘down to her came’. Down, low, dat soort woorden gebruikt ze om aan te geven dat anderen ver boven haar staan, witte mensen maar ook mensen in haar directe omgeving. Door de samenwerking met de Nederlanders, door in de spiegel te kijken en haar eigen kracht te herkennen, door de interactie met haar collega’s op een andere manier dan normaal, ziet ze dat die vergelijking niet op gaat, dat zij gelijkwaardig is, dat zij zoveel te brengen heeft. In een toneelspel tijdens de presentatie van de project uitkomsten speelt ze de alkalo, het dorpshoofd. Het gevoel van low en down zie ik niet meer als ze daar vol overgave en plezier voor het publiek staat.

 

Nederlandse en Gambiaanse Game Changers in Health

Het was weer een voorrecht om deze en alle andere deelnemers in het programma te ontmoeten en hun schoonheid te zien.

Lost & Found

Een bijzonder moment: ik zit te schrijven terwijl ik nog in Gambia ben. Er gebeuren zoveel verschillende dingen, ik merk dat het ene dat heel groot was een paar dagen geleden ik alweer aan het vergeten ben omdat het volgende zich weer aan dient. Mijn eerste week hier was om een programma in januari voor te bereiden. Nu zit in midden in de uitvoering van een ander programma: leiderschapsontwikkeling met vrouwen. Voor nu dus even terug naar vorige week.

Het begon al ‘goed’ op Schiphol. Op het moment dat ik uit het vliegtuig stapte in Gambia realiseer ik me dat ik mijn fototoestel op een tafel op Schiphol heb laten liggen. Even slaat de schrik me om het hart. Het fototoestel is net nieuw… Dan voel ik bij mezelf dat dit goed komt. En rationeel bedenk ik dat er drie opties zijn: het fototoestel wordt gevonden en komt bij mij terug, ik schakel de reisverzekering en die vergoedt een nieuw toestel of ik heb gewoon pech, het is maar een ding. Voor mij is het nieuw dat ik hier rustig bij blijf, dat mijn hoofd er niet van over loopt. Ik kan het nog niet laten het te delen met anderen, oké dat is de volgende stap. Met de tegenwoordige techniek die ook Gambia heeft bereikt meld ik het verloren voorwerp bij Schiphol. Een paar dagen later krijg ik bericht dat het is gevonden en mijn collega facilitator kan hem zelfs ophalen zodat ik toch mooie foto’s kan maken tijdens het vrouwenprogramma.

Het voordeel van een week eerder komen is dat ik nog de laatste details voor het vrouwen programma kan checken. Ik heb de afgelopen jaren geleerd dat het in Gambia handig is om alle afspraken nog een keer te bevestigen net voor dat een activiteit staat te gebeuren. Wat betreft de deelneemsters denk ik even dat dat niet hoeft, ik heb zo vaak contact met ze gehad de afgelopen maanden, dat zit wel snor… Denk ik. Misschien toch handig om ze nog even allemaal (zeven in getal) te bellen.

En dan blijkt dat er toch wat hobbels op de weg zijn. De man van een van de vrouwen heeft een ongeluk gehad en heeft nog steeds iedere dag de zorg van zijn vrouw nodig. Een andere man moet op reis voor zijn werk en de kinderen hebben examens dus moeders kan niet van huis. Dan is er nog een baas die vindt dat een van de deelneemsters minimaal 1 dag een training moet geven tijdens ons programma. Bij een ander is het te druk op het werk en zijn de kinderen toch te klein om zonder mama thuis te zijn. Dan is een nog een advocate die betrokken is bij een overheidsonderzoek naar het ‘financiële gedrag’ van de oude president. Dat onderzoek krijgt een vervolg en dus krijgt ze geen vrij. Tenslotte krijgt de deelneemster die freelance trainer is een opdracht voor een training tijdens onze week. Eigenlijk is er maar één deelneemsters die nog gewoon mee doet.

De moed zinkt me af en toe in de schoenen. Mijn verlangen om dit allemaal te laten slagen drijft me voort. We regelen dat een deelneemster iedere avond naar huis kan gaan om bij haar kinderen te zijn en hen te helpen met de examens. Een andere deelneemster wordt vervangen door een collega. De freelancer wil zo graag mee doen dat ze de opdracht afslaat. En die ene dag trainen door de volgende deelneemster kan wel gecombineerd worden met ons programma, bij toeval is die training in hetzelfde dorp. Er komt een naam van een vrouw in me op die heel goed bij de groep zou passen. Ik bel haar, zij kan zelf niet maar reikt wel de naam van een andere vrouw aan die geïnteresseerd is. We spreken haar één dag voordat ons programma begint, ze gaat mee doen!

Dit hele proces heeft 5 dagen geduurd. Vijf dagen heb ik er in mijn hoofd mee gezeten. Ik maakte te me vooral zorgen omdat het impact zou kunnen hebben op een belofte die ik gedaan heb aan zes andere vrouwen in Gambia. Zes vrouwen in Bwiam (het dorp waar het programma plaats vindt). Vrouwen met een micro-onderneming, die zorgen voor het inkomen voor hun families waar ze maar net mee rond kunnen komen. Bij deze vrouwen gaan de Nederlandse en Gambiaanse deelneemsters in duo’s logeren. Ze hebben elkaar nodig vanwege de taal en vanwege het leerproces. Deze vrouwen in Bwiam zijn ook de vrouwen waar we het programma eigenlijk voor doen: hoe kunnen zij hun business verbeteren en daardoor uit de armoede komen. Iedere dag in die week voor het programma denk ik ‘moet ik ze al vertellen dat ze misschien geen gasten krijgen?’, ‘hoe groot zal die teleurstelling zijn?’, ‘hoe groot is de kans dat het me lukt om wel genoeg deelneemsters te vinden?’, ‘hoe ga ik er mee om dat ik een belofte niet na kan komen?’ Dat soort gedachten. Ze helpen me niet echt om mijn innerlijke vrede te bewaren. Na sparren met Carel en met de contactpersoon van ChildFund die deze vrouwen benaderd heeft en na hulp te vragen van het universum, besluit ik niets tegen de vrouwen te zeggen en een plan B te bedenken. Dat besluit geeft rust en inspiratie.

Op zaterdagavond als de vrouwen uit Nederland aankomen hebben we zes Gambiaanse deelnemers waarvan er één niet mee kan doen aan de logeerpartij. Gelukkig spreekt een van de vrouwen in Bwiam heel goed Engels dus daar kan een Nederlandse vrouw alleen naar toe. Mijn ‘probleem’ is opgelost.

De homestay zoals wij de logeerpartij noemen is inmiddels geweest. Voor alle betrokken vrouwen is het een zeer inspirerende ervaring geweest. De vrouwen hebben elkaar in het hart geraakt, ze hebben elkaar herkend in het diepste van hun ziel en verlangen. Ze blijven elkaar gedurende de week opzoeken. Er zijn verbindingen ontstaan die waarschijnlijk impact hebben op de rest van ieders leven.

Als ik dat aan Carel vertel via de telefoon herinnert hij mij aan mijn zorgen van een week eerder. Ik was ze al vergeten. En ik besef me dat ze onnodig waren. Dat ik zonder die gedachten en met vertrouwen in het universum, in de mensen om me heen en in mezelf diep van binnen toen al had kunnen weten dat het goed zou komen. Want goed komt het altijd, hoe het er ook uit ziet. Weer wordt mij duidelijk dat voorbij twijfel, angst en zorgen er altijd de liefde en vrede is waar ik zo naar verlang. Het is er al en zal er altijd zijn, ik hoef het alleen maar te zoeken waar het is, dan zal ik het altijd vinden: in mij.

Inmiddels ben ik alweer een paar dagen thuis en denk ik met een grote glimlach terug aan twee prachtige 2 weken. Waar nog heel veel verhalen over te schrijven zouden zijn. Iedere vrouw die mee deed aan het programma heeft haar eigen verhaal, in haar leven en in dit programma. Inclusief mijn collega en ik. Allemaal hadden we ons eigen leerproces en mochten we dat delen met elkaar tijdens deze week. Op de laatste dag was er een moment dat bij bijna iedereen tranen over de wangen rolde. Ineens stonden we samen in een kring en begon Fatou ‘We shall overcome’ te zingen. Een prachtig moment van verbondenheid dat nog steeds in mijn oren na galmt.

 

 

 
 
 

A happy birthday in Gambia

Onverwacht ga ik een week naar Gambia. Een oud-collega vraagt me om daar een programma voor zijn organisatie voor te bereiden. Dat komt me goed uit, leuke opdracht, ruimte in mijn agenda is er en dan kan ik voor twee andere programma’s ook nog wat mensen ontmoeten en wat dingen regelen. Het enige ‘nadeel’ is dat ik dan niet thuis ben met mijn verjaardag. En dat heeft ook een voordeel: ik kan het vieren met mijn Gambiaanse familie.

Een week voor die verjaardag realiseer ik me dat ik nu 13 jaar als ZZPer werk en veel naar Afrika ga en met mijn nieuwe leeftijd nog zo’n 13 jaar te werken heb totdat ‘de overheid vindt dat het genoeg is’. Er komt steeds weer de vraag op: ga ik nog eens 13 jaar hetzelfde doen? Ga ik tot mijn 67ste programma’s faciliteren in Afrika, veel reizen, intensieve weken, steeds weer nieuwe mensen ontmoeten die ik daarna misschien nooit meer zien? Er komt een zacht nee en daar schrik ik van. Ook door andere dingen die er gebeuren (je zou ze tegenvallers kunnen noemen) word ik er emotioneel van. En dat krijgt zijn hoogtepunt als ik op Schiphol rondloop, bij de bagage check. Ik stap maar even uit de rij. Ik bel een aantal collega’s om mijn verhaal kwijt te kunnen en mijn twijfel te delen. Ik krijg luisterende oren, begrip, een verhelderende grap en iemand die kordaat een van de tegenvallers oplost.

Ik stap het vliegtuig in met het voornemen om in Gambia de tijd te nemen met mezelf naar die twijfels te kijken. En ik weet dat daar gelegenheid voor is omdat ik de eerste vier dagen in mijn eentje in een lodge logeer met de prachtige naam ‘Kairoh Garden’. Dat betekent tuin van vrede en dat is het ook. De eerste dag probeer ik al schrijvend te ontdekken waar die twijfel en emoties over gaan. Ik kom tot de conclusie dat het me weleens zou kunnen helpen om de komende dagen op de vraag te beantwoorden ‘Welke liefde heb ik voor mezelf?’. Reflecteren op de dag, mijn dankbaarheid concreet maken en kijken wat ik meer of anders kan doen om lief te zijn voor mezelf.

Op de tweede of derde dag dat ik hier mee bezig ben bezoek ik Fatou. Een Gambiaanse vriendin die ik al sinds 2004 ken. Ik had aangekondigd dat het een kort bezoekje zou worden vanwege mijn strakke schema. In dat schema zat ook een rustige middag voor mij zelf (in het kader van lief voor mezelf zijn). Ik vertel Fatou over mijn twijfel. Ze gaat er eens goed voor zitten en spreekt me vol empathie toe. ‘I have children and take only care for them, you don’t have children and take care for everybody. You choose to do what you are doing now and thereby we met each other. If you didn’t have done that you wouldn’t be here now. You wouldn’t have seen so much of the world. You found your happiness with your new husband again. You are healthy. You have a loving family. You have freedom because you have your own business. Please count your blessings.’ De tranen lopen over mijn wangen, door haar woorden en vooral door de manier waarop ze me aanspreekt, liefdevol, vanuit haar hart. Op dat moment komt haar man terug van het bidden in de moskee. Hij ziet mijn tranen en snapt meteen dat hij even niet bij dit gesprek hoort. Hij loopt door. En ik voel ook daar de liefde uit. Ineens zie ik hem echt en kan ik al mijn oordelen die ik al lange tijd over hem had laten varen. Fatou en ik praten nog even door. Ik stribbel nog even tegen dat het allemaal niet zo positief is als zij schetst, dat ik me zorgen maak over mensen om me heen en over hoe ik met hen samen werk, dat me dat soms veel energie kost. ‘You see, that is again the care you have for others’. Zo had ik het nog nooit bekeken. Ik blijf inderdaad maar kort zodat ik die vrijde middag heb, en laat haar woorden helemaal binnenkomen. Voel de rijkdom die zij schets, de rijkdom van onze vriendschap.

Door Kairoh Garden, het gesprek met Fatou, mijn schrijven en zelfs een rondje hardlopen in de ochtend komt de vrede terug in mij.

Op vrijdag verhuis ik naar de Cham kunda om het weekend door te brengen met ‘mijn’ familie. Met als hoogtepunt mijn verjaardag. Het wordt een hele bijzondere. Een met heel veel kinderen, met een soort conferentieopstelling van een tafel met de taart en de drankjes en stoelen in rijen, extra lekker eten, cadeautjes, voluit dansen, waanzinnig veel plezier. En ook nog een speech van Tamsir. Hoe onze vriendschap is ontstaan, wat die voor hem en zijn gezin betekent, hoe verbonden wij zijn. Hij zegt ook iets over hoe ik met mensen om ga. Over geen verschil maken in wie ik ontmoet, dat ik iedereen als gelijke benader, iedereen is even belangrijk. Het verrast me dat hem dat opvalt. Ik zeg ook nog iets, tuurlijk komt de emotie weer omhoog maar dat is niet toegestaan vinden de pubers daar. Mijn conclusie in mijn toespraakje: ‘I am rich having two families, two home countries’. En mijn conclusie vanuit mijn reflectie gedurende de week: ik ga die twijfel serieus nemen, tijd en energie nemen om te onderzoeken wat ik wil gaan doen de komende 13 jaar. En daar is een ding zeker bij: ik wil me blijven verbinden met mensen, liefde blijven geven en ontvangen.

 

 

.

De wereld komt samen in Ghana

Alweer een week thuis en nu pas komt het ervan om een blog te schrijven.

Ik mocht een programma faciliteren waarin zo’n 25 mensen met 15 verschillende nationaliteiten, uit 4 verschillende continenten, elkaar ontmoeten. De deelnemers zijn mensen die bij een groot internationaal bedrijf werken en mensen die bij NGO’s en overheid werken. Het idee van Better Future is hen bij elkaar te brengen zodat ze van elkaars cultuur kunnen leren, hun cultuur van herkomst en de cultuur van hun organisatie. Dat gebeurt volop. En deze week merkte ik ook weer opnieuw dat het vooral gaat om leren van elkaar, gewoon als mens, met dezelfde twijfels, verlangens, behoeften, dingen die geluk brengen, dingen waar we allemaal om kunnen lachen en deze week ook dingen waar we allemaal om konden huilen. Diep in ons binnen zijn we gewoon gelijk. Het is zo’n enorm voorrecht om dat iedere keer weer mee te mogen maken dat mensen dat ontdekken, als ze zichzelf echt laten zien en de ander ook echt willen zien.

Ergens midden in de week heb ik een coaching met Grace, een Ghanese vrouw die ik wat beter ken dan de rest omdat ze ons in de voorbereiding van het programma heeft geholpen. Haar gezicht staat op verdrietig en boos. Die middag is ze erachter gekomen dat de weg die dwars door de buurt loopt waar ze is opgegroeid, omgebouwd zal worden tot een soort autobaan waar vrachtwagens van de haven door de stad naar het achterland gaan rijden. Gebouwen en huizen moeten worden afgebroken worden of gaan op in de verkeersdrukte en bijbehorend lawaai. Het hotel aan het strand waar ze naar toe ging om haar tranen de loop te laten gaan na het overlijden van haar moeder, na de geboorte van haar kind, gaat tegen de vlakte. Ze kan het niet geloven, ‘het mag niet gebeuren’.

Na wat ademhalingsoefeningen en delen van haar frustratie wordt ze wat rustiger. Wat haar erg dwars zit is dat ze haar projectteamgenoten niet meer recht in de ogen kan kijken. Zij hadden geen oog of oor voor haar emoties en zij zijn verantwoordelijk voor deze beslissing (in haar ogen). Haar verhaal raakt me in mijn hart.

De volgende ochtend appt Grace me al voor 7 uur dat ze nog steeds heel erg verdrietig en boos is. Ik bied haar een hug aan, zij is bang om haar tranen de vrije loop te laten gaan. In mijn ogen het beste wat ze nu kan doen. En gelukkig laat ze het gebeuren. Tijdens de ontbijtsessie met haar directe collega’s durft ze haar verhaal te doen. De reacties variëren van diep begrip en herkenning tot ’het komt wel goed’, ‘je bent te emotioneel betrokken, ‘neem het niet zo persoonlijk op’. Niet alle opmerkingen en adviezen helpen op dat moment…

Om haar wantrouwen naar de mensen van het bedrijf dat deze beslissing genomen zou hebben los te laten en ook om de kans te pakken nog iets aan de plannen te veranderen is iedereen het erover eens dat dit hét moment is om haar boosheid, ideeën en meningen te delen met de rest van de groep. Na wat twijfel besluit ze dit te doen.

Als we met de hele groep bij elkaar zijn vraag ik iedereen alleen maar te luisteren. Grace doet haar verhaal, ze vertelt eerst heel rustig hoe zij tegen de beslissing wat betreft de weg aan kijkt, dat het niet klopt, civieltechnisch gezien, dat het alleen maar om geld gaat, dat er geen rekening gehouden wordt met de gemeenschap. Dan spreekt ze de mensen van het bedrijf aan op hun verantwoordelijkheid: als je een beslissing neemt denk dat aan alle partijen, ook aan de mensen die niet gehoord worden. En tenslotte laat ze haar emoties zien, haar boosheid en haar verdriet. De groep is muisstil, tranen lopen bij veel mensen over de wangen. Zo zitten we een tijdje in stilte, met onze eigen gedachten en emoties, hand in hand. Ik voel een eenheid ontstaan in de groep. Het diepe begrip en herkenning blijft over en dat verbindt. Als we de kring voorzichtig verbreken zoekt iedereen Grace op om nog eens die herkenning te laten merken, ieder op hun eigen manier. Ook de twee mannen die de vorige dag niet open stonden voor haar verhaal. Een van de twee, Mike uit Benin, komt naar me toe, in tranen, ‘I blame myself that I didn’t listen’.

Twee dagen later, aan het laatste ontbijt zitten we met de hele groep samen, twee aparte tafels zoals de rest van de week is geen optie meer. Grace en Mike zitten naast elkaar, als broer en zus verbonden, op die manier hebben ze elkaar gevonden sinds die bewuste ochtend.

Op de dag dat ik thuis kom ben ik een rondje gaan lopen, over de bruggen met zicht op mijn stad Nijmegen. Ik realiseer me hoe belangrijk mijn ‘thuis’ is en bedank Grace in gedachten dat ze dat voor mij opnieuw heeft duidelijk gemaakt, en nog veel meer…

(de namen zijn fictief, het verhaal niet)

 

Gambia delen

Jaren geleden heb ik bedacht dat ik mijn nichtjes en neefjes (8 in totaal) na hun eindexamen middelbare school mee ga nemen naar Gambia om hen een andere wereld te laten ervaren. Afgelopen week is de eerste ronde van dat idee werkelijkheid geworden. Joppe en Loren, de kinderen van mijn zus Saskia, zijn mee geweest naar de smiling coast van Afrika.

Toen ik afgelopen dinsdag op het vliegveld, op de weg terug, vroeg wat ze ervan vonden zei Joppe, mensen zijn eigenlijk altijd wel aardig maar de mensen in Gambia zijn echt aardig, tot op het bot.

De week leek wel een maand. Om te ‘landen’ hebben we de eerste twee dagen in een resort gelogeerd, met zwembad, aan het strand. We hadden het geluk de eerste regendag van het jaar mee te maken. Mooie kans om een spelletjes competitie te beginnen. En de eerste avonturen te beginnen. Slippers kopen bij een lokale shop met een dringende uitnodiging om de volgende dag mangosap op het strand te komen drinken. Eten tussen de typische stelletjes van oude tubabs en jonge bumpsters. Een duik in de zee terwijl het regent. Een strandwandeling maar dan anders dan in Oostkapelle.

De volgende logeerpartij is bij de B&B van Betsy en Ismaila in Farato, om de hoek bij Cham kunda waar we de laatste drie nachten wonen. Betsy neemt ons mee naar de supermarkt om inkopen te doen voor haar restaurant. Daar ontmoeten we ook Ismaila. Aan het eind van de dag gaan we alvast hallo zeggen bij de familie Cham en natuurlijk worden we meteen uitgenodigd voor de lunch. Loren slaat het af en gaat met de kinderen de buurt verkennen. Joppe doet mee, lekker palm oil stew….

De volgende ochtend moet ik Joppe en Loren bevrijden uit hun huisje bij Betsy omdat de deurklink is afgebroken. En dan blijkt dat Joppe flinke diarree heeft. Ik schrik, hij baalt en Loren blijft rustig. Ik denk dat ik voor het eerst van mijn leven voel wat het betekent om verantwoordelijk te zijn voor kinderen. Wat heb ik verkeerd gedaan, als het maar niet ernstig is, als dit het hele avontuur maar niet stuk maakt, dat soort gedachten. En dan bedenken we dat het de palm oil was van de lunch bij Tamsir. Ismaila stelt meteen gerust: 90% van de tubabs kunnen daar niet tegen. Later spreek ik mijn Gambiaanse vriendin Fatou en die vertelt dat zij er ook niet tegen kan. Duurt een dag en dan is het over. Dat blijkt later ook precies het geval te zijn.

Joppe blijft die dag bij Betsy en ik ga met Loren op pad. Voor het eerst met de Gambiaanse bus, op bezoek bij Fatou. Ze heeft heerlijke lunch voor ons gemaakt, bijna al haar kinderen zijn thuis en we keuvelen heerlijk onder de mango boom op haar compound. Op de terugweg doen we in Brikama nog wat boodschappen in de vorm van langs bij een bekende, en een cadeautje voor de vrouwen van Tamsir kopen. Loren geniet volop en ondertussen slaapt Joppe de diarree uit zijn lijf.

’s Avonds eten we voor de tweede keer bij Happy corner, het restaurant van Betsy. Inmiddels is hun stiefzoon onze vriend geworden en doet hij volop mee met ‘pesten’ en ‘biggen’ in het kader van de spelletjescompetitie. Het eten wordt een soort wachtdrama. Na 3 uur komt onze bestelling op tafel, het duurde zolang dat de wifi al niet meer interessant is en de slaap toeslaat. Waarom het zolang duurde is onnavolgbaar Gambiaans.

Vrijdag gaan we weer met z’n drieën op pad. Via boodschappen doen met Betsy in Brikama naar de art village Van Etu en de vismarkt in Tanjeh. Van de chaos van een overbevolkte markt naar de vredigheid van de kunst naar de intense geur van de gerookte vis. Twee grote botervissen worden voor ons gefileerd, 3 mannen eromheen die hopen iets aan ons te verdienen en 2 vrouwen die het werk doen. En dan naar huis, Cham kunda, naar mijn dierbare vrienden. Als we de compound op komen lopen rennen de kinderen op ons af en vliegen ons om de nek. Iedere keer weer zo’n mooi moment. In no time vinden Joppe en Loren hun eigen weg. Loren vooral met de kleine kinderen, Joppe bij de boys die hun eigen huis hebben. Ze hebben meteen een klik. En wat blijkt: ze spelen scrabble. De elektriciteit werkte de laatste maanden minder goed en dan zijn spelletjes een mooie vervanging van de tv, ook hier. Scrabble in het Engels en Joppe wint terwijl hij het voor het eerst van zijn leven speelt, beginnersgeluk…??

Het is het begin van drie heerlijke dagen bij de familie Cham. We doen mee met hun manieren en brengen onze dingen in. Dagelijkse boodschappen doen op de markt, uit 1 schaal eten, mee gaan met de rollen van de jongens en de meisjes die hier spelen, een naming ceremony meemaken, mango jam en chutney maken, kaart spelletjes spelen. En natuurlijk de traditionele picknick op het strand. Ik heb het vast wel eens eerder geschreven: mijn bezoek aan de familie Cham betekent ‘we go to the beach’. Vooral ‘de kleintjes’ zijn er vooraf helemaal vol van. Als puntje bij paaltje komt nodigen ‘de groten’ de meeste vrienden uit. Dit keer gaan we met een busje met ruim 20 kinderen en een auto met 4 kinderen, 2 pubers en 3 volwassenen. Een record tot nu toe. Zelfs de regen kan de pret niet drukken. Iedereen geniet van de zee, het strand, de lunch, wonjo en baobab juice, de ebbe en weer scrabble en kaarten. We leren een nieuw spelletje, nog best lastig als iedereen andere woorden gebruikt voor klaveren, harten, ruiten en schoppen.

De laatste dag gaan Joppe en Loren met Ansumana naar school. Ondertussen ga ik langs bij ChildFund, toch nog even werken. Ze komen met enthousiaste verhalen terug. Twee lessen zonder leraar: de jongens doen landje-pik met een pen op de schooltafel, de meiden kletsen en werken wat aan een schoolopdracht. Mooi dat de les over Afrikaanse geschiedenis wel door ging: leren over kolonisatie! Ze komen vijf minuten voordat we naar het vliegveld moet terug. Er is nog net tijd voor een snelle avondmaaltijd, de laatste keer met z’n allen van een schaal eten met vis en heerlijke gebakken uien.

Bij het afscheid bedanken Haddy en de kinderen ons voor het logeren bij hen. Joppe en Loren zijn totaal verrast: wij moeten toch vooral hen bedanken! Wat we natuurlijk ook volop doen. Wat een fijne vrienden en wat mooi om dit met mijn neef en nicht te mogen beleven!

The new Gambia: power to the women!

Afgelopen week was ik voor het eerst in Gambia sinds de nieuwe president is aangetreden. Gambia noemen ze nu the NEW Gambia. Wat is er dan nieuw aan? Vooral de blijdschap en ervaren vrijheid nu Jammeh het land verlaten heeft. Daar was het de meeste Gambianen om te doen. “Ik slaap weer sinds 22 jaar. Met Jammeh was ik altijd bang dat ik van mijn bed werd gelicht”. Praten over politiek kan ineens. En iedereen heeft het er ook over. Er zijn ook demonstraties en protesten. Dat is democratie wordt er dan aan toegevoegd, alles kan gezegd en gedaan worden. Andere groepen beledigen en zelfs geweld zou daaronder vallen en doet zich ook voor. De roep om geduld en respect is gelukkig net zo groot. Want natuurlijk verandert er niet meteen alles. En het blijkt dat er meer aandacht was voor het vertrek van de oude president dan voor het kiezen van een ‘goede’ nieuwe.

Samen met Adelka was ik in Gambia om het Women United Leadership programma voor te bereiden. Een programma waarin hoogopgeleide Gambiaanse vrouwen en vrouwelijke ondernemers en managers uit Nederland gaan samen werken met rurale micro-ondernemers. In dat kader hebben we veel vrouwen ontmoet, power women! En ze stonden allemaal te trappelen om mee te doen aan het leiderschapsprogramma. Een prachtige diversiteit aan achtergrond en allemaal met dezelfde visie: vrouwen in Gambia bewuster en sterker maken in hun rol thuis, in de onderneming en in de maatschappij.

Regelmatig had ik het gevoel dat ik door hun energie omver geblazen werd. De passie waarmee ze hun werk doen raakte mij diep. Ze komen op voor vrouwen en kinderen bij huiselijk geweld, ze maken het mogelijk voor vrouwen om een lening af te sluiten om hun business verder uit te bouwen, ze bieden scholing aan waardoor meisjes uit de prostitutie kunnen stappen en als kapster of masseuse aan de slag kunnen. En ze wilden ook heel graag zelf leren. Leren over wie ze zijn, hoe ze nog meer kunnen bereiken, hoe ze hun land echt kunnen veranderen.

Tussen al onze afspraken door met Gambiaanse vrouwen spraken we ook een Amerikaanse vrouw tijdens een lunch. Ook zij was gedreven: voor elkaar krijgen om zonne-energie bij ziekenhuizen in Gambia te krijgen zodat de gezondheidszorg altijd door kan gaan, ook als er even geen stroom van de nationale leverancier komt. Het mooiste moment van die lunch ging over een andere ‘vrouw’, een meisje van een jaar of vijf, waarschijnlijk de dochter van de eigenaar. Ze stond voor een grote spiegel tegen haar zelf te praten. Ze had veel te vertellen, met woorden en gezichtsuitdrukkingen. Ze kreeg ook antwoord leek het wel. Ze ging van de ene spiegel naar de andere, steeds een ander perspectief.

In de spiegel kijken, mezelf zien, echt zien, weten wie ik ben, wat mijn verlangens zijn, wat ik kan geven en wat ik te ontvangen heb, in alle vrijheid en met alle liefde. En daardoor ook anderen kunnen zien, zien wat zij te geven hebben, zien wie zij in de kern zijn. Dat is waar het voor mij over gaat in het leven. En dat is ook waar ons programma over gaat. Met dank aan dit kleine meisje voor het grootse voorbeeld.

Tanzania, zorg voor lichaam en geest…

Weer naar Afrika, heerlijk! Misschien begin ik mijn blog wel vaker zo. Dit keer Tanzania en nog leuker: buiten de grote stad. Met 24 deelnemers van een Nederlands bedrijf en Amref Health Africa verblijven we een week lang in Shinyanga, een provinciestadje 2 uur rijden van Mwanza. En Mwanza ligt dan weer 2 uur vliegen van Dar es Salaam aan het Victoria meer.

Amref gaat over de gezondheidszorg in Oost Afrika. Ze hebben net een nieuwe strategie en die moet uitgerold gaan worden in Tanzania en in de andere landen waar ze werken.

Tijdens het programma gebruiken we de Theory U om mensen aan te zetten tot luisteren, observeren en verbinden in plaats van ‘jumpen to conclusions’. Het ‘dieptepunt’ van de U gaat in deze theorie om vanuit je innerlijke kracht tot nieuwe inzichten en ideeën te komen.

Soms voelt dat U proces ook als tot een dieptepunt komen in de zin van totale verwarring, niet meer weten, laten zien van verborgen emoties. Worsteling dus. En misschien zit daar de innerlijke kracht wel dichtbij.

Deze week gingen we met z’n allen door een paar U’s, die allemaal geleid hebben tot meer verbinding, begrip en energie om het anders te doen dan voorheen. En natuurlijk ontkwam ik er zelf ook niet aan.

Het logeren bij lokale families riep grote weerstand op, bij de Nederlanders en bij de Tanzanianen. Een angst virus ging door de groep heen. Dat raakte mij diep. Er kwamen gedachten bij mij op als ‘kom op zeg wat zijn jullie voor een watjes’, ‘weten jullie wel hoeveel moeite jullie collega gedaan heeft om dit te organiseren’. Ik werd ongeduldig en walste bijna over al die weerstand heen. Ineens zegt iemand: “Annet je moet dit echt serieus nemen”. Achteraf was ik hem dankbaar. Het was een keerpunt in de discussie: van weerstand naar in mogelijkheden te denken. Uiteindelijk is iedereen gegaan, niet iedereen is blijven slapen maar allemaal hebben ze mee gemaakt wat het betekent om op het platteland van Tanzania te wonen, om te gaan met ziektes zoals HIV als je geen inkomen hebt, samen met de gemeenschap voor elkaar te zorgen, te delen, te willen. En iedereen heeft genoten, is geraakt en snapt beter waarom het werk van Amref zo belangrijk is. De Nederlanders én de Tanzanianen.

Eerst met Carel en later met Daan en Salmaan (mijn Better Future collega’s) praat ik erover na. Een ontlading, met tranen. Waar ging het nu echt over voor mij, waarom wordt raakt me dit zo? Mijn betrokkenheid? Mijn wens dat iedereen deze ervaring op kan doen? Weten hoeveel het voor de families betekent om herkend te worden, te weten dat er anderen op deze wereld zijn die weten dat zij bestaan? De twee mannen van Amref die er zoveel energie in hebben gestoken om dit te organiseren recht te doen? Ja dat is er allemaal. Blijft ‘handig’ dat ik ook de gevoelens erken van de mensen die niet durven, mijn geduld bewaar en hen vanuit liefde blijf zien. En dat ik mezelf ook weer vergeef als dat niet lukt. Zoveel lessen te leren, voor iedereen. Met alle vertrouwen in en van mijn collega’s. Mooi dat het gelopen is zoals het gelopen is.

De volgende dag genieten we allemaal na van de bezoeken aan de families en is iedereen lekker aan het werk met ideeën hoe de strategie van Amref waar te maken voor Tanzania.

En dan de volgende dag, nog een U. Misverstanden, gaten in de communicatie, aannames, onduidelijke verwachtingen komen boven drijven. Ik ontplof en iedereen ziet het. En er komt wat los. We praten het uit met de directeur van Amref Tanzania en later met de hele groep. Salmaan zorgt dat iedereen zijn eigen gevoelens uitspreekt en we zoeken naar oplossingen. Er is opluchting, openheid en nieuwe energie om verder te werken aan de strategie projecten. De internationale directeur van Amref komt die middag langs en ook met hem stemmen we de verwachtingen opnieuw af. Dit heeft ook effect voor andere teams binnen Amref. Hoe heftig de ontploffing ook was, het levert uiteindelijk iets op wat veel beter, reëler en ‘duurzamer’ is.

Tijdens het laatste ontbijt met de Nederlanders deelt iedereen wat hij/zij in Tanzania achter gaat laten. Er komt veel op tafel: aannames doen, oordelen zonder vragen te stellen, focus op wat er niet goed gaat, twijfel aan eigen kunnen, angst om ruimte aan vertrouwen te geven. Dan vraagt iemand wat ik achter ga laten. Ik weet het meteen: angst om te confronteren. Ik heb deze keer zo helder kunnen zien wat dat op kan leveren. En dat confronteren ook vanuit liefde kan komen.
En nog iets anders dat ik samen met nog een paar andere deelnemers achter ga laten: mijn abonnement op de ‘kwets-jezelf-club’. Die club dient mij al heel lang niet meer, misschien moest die maar eens helemaal opgeheven worden.